Het is een mooie periode voor muziekminnaars. Terwijl de namen voor de zomerfestivals langzaam bekend worden, barst het deze maand al van de meesterlijke concerten.
De aanloop voor het concert van Anthony Hegarty was vreselijk. De Brabantse sukkels van de Frits Philips zaal in Eindhoven vonden het niet nodig om bij een toegangsprijs van 70 euro stoelnummers toe te kennen. Terwijl iedere plaats in de mooie en ruime zaal een prima uitzicht en geluid bood, stonden ook wij (wisten wij veel) anderhalf – bijna twee – uur van tevoren voor de deur. We maakten het ons gemakkelijk met bier en pizza. Uiteindelijk stond er een behoorlijke massa en even dreigden ergens anders de deuren geopend te worden. Dit zou kloterig zijn, want dan stonden we helemaal niet meer vooraan.
Zodra de deuren (toch de goede) open gingen, werd het aspirant publiek psychotisch. Een meute van dolgedraaide veertigers begon te duwen en te rennen. De stresslevels piekten. Het personeel dat de kaartjes moest controleren werd onder de voet gelopen. Toen waren we in de foyer. Ik was al enigszins achterop geraakt en had mijn aanvankelijke positie verspeeld. Mijn zusjes zag ik nergens. Ik koos voor de rechter zaaldeur, waar het rustiger was. Deze werd nog dichtgehouden. Ook goed. Ik had geen haast. Mij zusjes voegden zich bij me.
Er stond daar een ventje met een kuthoofd en een stem waar je uiterst agressief van werd, te zeuren aan de kop van de jongen – hooguit 20 – die de deur dicht hield. Met geknepen stem jammerde hij dat hij de zaal wilde betreden. Hij probeerde van alles: liegen dat de deuren links al open waren, vragen hoe de jongen dan wist wanneer de deuren open konden? Hij had toch geen ‘oortje’? Jawel, hij had er zelfs twee. Het spitse antwoord was aan de zanikerd niet besteed, hij miemelde gestaag door. “Laat die jongen gewoon zijn werk doen!” baste ik, “Ben je nog nooit naar een concert geweest?”.
Toen we de zaal in konden koos ik een paar stoelen in het midden op de tweede rij. De ex van mijn zusje moest uitwijken naar achter. Hij had nog minder haast gehad en zat natuurlijk ook prima. Maar waar zat Repelsteeltje? Nog achter deze jongen. Te huilen. Waar hij mij slechts verbaal agressief gemaakt had, bleek hij tijdens het gevecht om de zitplaats gesolliciteerd te hebben naar een dreun.”Godverdomme, Godverdomme!” verbeet hij zich.
Het was echt te lelijk, groepjes werden uiteen gedreven. Het was ieder voor zich. Mensen maakten ruzie en duwden elkaar. En dat voor een concert van Anthony, de androgyne feminist, het type ‘moeder aarde’! Het voorprogramma was trouwens bijna even lelijk als het bemachtigen van een zetel. Een vrouw, overgoten met smurrie en geklonken in spiegelend metaal voerde met attributen een choreografie uit om te kosten op ambient geluiden die teneer sloegen: walging en depressie, daarvoor kun je in Eindhoven net zo goed op straat blijven. Daar hoef je geen 70 euro voor te betalen en te vechten om een plaatsje.
Natuurlijk was het concert zelf geweldig. Elke syllabe was te verstaan. De sobere versies van oude nummers klonken fris, nieuw werk kwam werkelijk tot leven. Er werden enkele onbekende nummers gespeeld (nieuwer dan nieuw?). Alleen het nummer ‘Another world’ haperde en kwam niet over. Het begon engelachtig mooi, maar wist de aandacht niet vast te houden. Dit probleem kent de sudio-opname al enigszins… live verloor Anthony volledig de draad en onderbrak zichzelf om het nummer vervolgens af te raffelen. De zanger deed dit alles echter op zeer innemende wijze. Van lieverlede ging ik zelfs zijn voorkomen mooi vinden. Wat een sympathiek en getalenteerd figuur! Bravo! Briljant!
Op de 11e vierde ik met mijn vriendin dat we elkaar 3 jaar geleden in de armen sloten om elkaar nooit meer los te laten. Dit deden we door naar het optreden van DM Stith te gaan in de Duif, een gewezen kerk in Amsterdam. DM Stith is juist als muzikant gedebuteerd, gestimuleerd door maatjes Shara Worden (My Brightest Diamond) en Sufjan Stevens. Voorheen werkte hij bij hen achter de schermen. Nu heeft hij zijn eigen band. En wederom had ik te maken met een supertalent. Stiths muziek is erg persoonlijk en zeer kunstzinnig en de teksten intrigeren. De percussie en ritmes worden gespeeld op een manier die het midden houdt tussen hoempapa en klassiek. Feit is dat ik zoiets niet eerder zag en hoorde. Met drie of meer stokken met zachte bollen trommelde de drummer op de bas, die om zijn lijf hing, kraste met zijn nagels over ander slagwerk en roffelde met vingers op bekkens. Stith bespeelde zijn gitaar en zong prachtig. Liedjes waren even strak en professioneel als op de cd, maar mooier omdat ze live en in de akoestiek van een kerk ten gehore werden gebracht. Enig minpunt was het publiek, dat nogal nerdy was. De wijven voor mij zaten tijdens een van de vele muzikale hoogtepunten zakdoekjes in hun oren te proppen, terwijl er wat betreft het volume echt helemaal niks aan de hand was! En wie hadden we daar? Dezelfde stinkende loser als bij Anthony & the Johnsons! Goed, het was toen dus hoogstwaarschijnlijk niet zijn eerste concert geweest, het publiek in de Duif leek zuiver uit muziekliefhebbers te bestaan… Ik hoop echter niet dat ik het ontevreden ventje nu vaker tegen ga komen (rilling bij de gedachte).
Twee dagen later, pakweg gister, zijn mijn meisje en ik naar PJ Harvey en John Parish in Paradiso gegaan. Ik had niet gedacht dat deze briljante vrouw evenveel kilo’s zou wegen als zij jaren oud is. (Dat is best eng op middelbare leefttijd) Haar energiepeil loog er echter niet om. Met een idioot gemaak zong zij met de meest uiteenlopende stemmen. Wat heeft deze vrouw een bereik! Wat een scala aan technieken! John Parish was mij niet zo bekend, maar ik moet concluderen dat de samenwerking tussen John en Polly Jean, het beste in haar boven haalt. De muziek was uiterst divers en verrassend. We werden getracteerd op theatraal vermaak, we werden emotioneel meegesleept, overvallen door ontzag voor eenvoud en inventiviteit, voor pure muziek en originaliteit. Het leek wel of we hier getuige waren van de enige manier waarop je muziek kan en moet maken… Wel jammer dat er vaak veel galm zat op Harveys goddelijke stem, dat heeft deze helemaal niet nodig. Hoewel er verder in de muziek meer dan genoeg dynamiek zat en ik vooral genoot van de meer rustige stukken, vond ik alles eigenlijk een tikje te hard. Ik verheug me dan ook des te meer op het solo optreden van PJ Harvey op Camp Bestival in Dorset, haar geboortestreek. En toch: de bijdrage van John Parish viel niet te onderschatten. In de toegift speelde de band nog een nummer dat hij alleen had gemaakt, waarbij hij ook zelf zong en dit was absoluut een waardig onderdeel van een meesterlijk optreden. Bravo! Bis!







