Cultuurkritiek

Entries from september 2007

De 10 Geboden anno 2007

27 september 2007 · 6 reacties

  1. Gij zult Nederlands spreken, maar niet te ingewikkeld, niet te goed.
  2. Gij zult autorijden en regelmatig een nieuwe auto kopen, terwijl de oude nog goed is.
  3. Gij zult veel werken en belasting betalen. Productiviteit is minder belangrijk dan roepen dat je het druk hebt. Te veel vrije tijd is niet goed en te veel verdienen ook niet.
  4. Gij zult vroeg opstaan.
  5. Gij zult koopkrachtig zijn. Vooral het kopen van producten die snel in waarde dalen en al gauw op de afvalhoop komen is gewenst.
  6. Gij zult vlees eten. Liever vlees van de bio-industrie dan geen vlees. Vlees met botten eraan is eigenlijk niet de bedoeling. Het beste is gemalen vlees met zout.
  7. Gij zult niet op seks belust zijn. Flirten moet tot een minimum beperkt worden. Porno is prima, maar masturberen dient onder strikte geheimhouding te gebeuren.
  8. Gij zult matig alcohol drinken. Koffie is geen probleem, sigaretten wel. Gij zult geen psychedelische drugs of harddrugs gebruiken.
  9. Gij zult voornamelijk TV kijken en nauwelijks lezen. Hooguit een NSB-krant als de Telegraaf of de Veronicagids.
  10. Gij zult niet afwijken. Gij zult uzelf niet hoger aanslaan dan anderen. Het beste is het zo vaak mogelijk een spijkerbroek te dragen. Of een goedkoop (mantel)pak.

O ja, en geen kinderen verkrachten, niet moorden, niet stelen en geen vernielingen aanbrengen of brandstichten.

 

 

Categorieën: Religie · Sociale Verhoudingen

Is kunst filosofie?

25 september 2007 · 5 reacties

Vroeger was het nabootsen van de werkelijkheid (mimesis) het doel van de kunst. In de klassieke oudheid streefden kunstenaars ernaar de perfecte mens te scheppen. Zij maakten goden en atleten. In de middeleeuwen mocht men de Schepper niet naar de kroon steken. Pas in de renaissance werd weer geprobeerd de klassieke meesters te overtreffen. De kunst van Michelangelo kan als hoogtepunt van een onderbroken tijdperk worden gezien.

De uitvinding van de fotografie en het ontstaan van een beeldcultuur hebben mimesis overbodig gemaakt. Was in de religie de glorie van de Christelijke God het hogere doel van de kunst en was daarbij de persoonlijkheid van de kunstenaar van geen enkel belang, in het tijdperk van de ontkerkelijking wordt het personage achter de kunst steeds belangrijker. Niet meer probeert de kunstenaar de werkelijkheid na te bootsen, het creëren van een eigen werkelijkheid is het nieuwe doel van de kunst en in dit nieuwe universum staat de kunstenaar zelf centraal.

De westerse maatschappij ontwikkelde zich na het falen van het nationaal socialisme en het communisme tot een postmoderne maatschappij, waarin er geen absolute leiders meer zijn en waarin ideologische principes voor naïevelingen zijn. Er vindt een democratisering plaats die gepaard gaat met kapitalisering (stijging van de welvaart). Ook de kunst wordt gedemocratiseerd en wel op twee manieren: het overheidsbeleid is erop gericht kunst voor iedereen toegankelijk te maken en de kunst zelf kent anti-elitaire stromingen als Pop-art.

Marcel Duchamp (1917) Fountain

Anything goes” is de leus die de kern van het postmodernisme blootlegt. Dit geldt sinds Marcel Duchamp een urinoir in het museum plaatste ook voor de beeldende kunst. Kunst is in onze wereld iets dat zich afscheidt van de maatschappij en toch kan alles kunst zijn. Kunst is tegelijk elitair en vulgair.

Zolang er een alternatieve blik gecommuniceerd wordt is er sprake van kunst. Kunst levert commentaar op de cultuur en stelt de (op fictie gebaseerde) consensus aan de kaak.

De filosofie heeft eenzelfde zwaai gemaakt; van een wetenschap die de werkelijkheid moest verklaren, naar een wetenschap die onze (schijn)werkelijkheid ter discussie stelt. In de oudheid was filosofie de wetenschap. Door de ontwikkeling en differentiatie van de positivistische wetenschap na de renaissance is de filosofie steeds meer een discipline geworden die zich bezig is gaan houden met het stellen van vragen. Terwijl men in de positivistische wetenschap telkens uit gaat van waarheden en feiten, stelt de filosofie onze ideeën op losse schroeven.

Wat filosofie is voor het denken, is kunst voor het communiceren. De taak van de filosofie is het stellen van fundamentele vragen. Kunst is het zoeken naar een nieuwe invalshoek.

Mensen zijn altijd op zoek naar antwoorden. Filosofie geeft tegenwoordig eigenlijk bijna nooit antwoorden. Soms biedt filosofie wel kaders aan voor het denken. Ook kunst kan kaders aanbieden. De utopie is het genre waar kunst en filosofie samen komen. Een utopie laat een ideaal zien. Dit ideaal is geen doel, maar een middel. Wanneer Plato in de Staat stelt dat een maatschappij geleid moet worden door filosofen en beheerst door soldaten, bedoelt hij dat een mens zijn ratio als leidend principe moet hanteren en zijn discipline moet gebruiken om zijn behoeften, driften en impulsen (in een staat is dit de klasse van het volk) te beheersen. Plato bedoelt dus niet dat hij tegen de democratie is, maar dat een mens het rationele ideaal als leidend principe moet hanteren.

Een utopie dient als ideaal. Een anti-utopie is een schrikbeeld.

Van George Orwell leren we dat wanneer de machtswellustige mens zich uit kan leven er een totalitaire verschrikking ontstaat, waar angst regeert. Het uitoefenen van macht dient slechts om de macht in stand te houden. Niet l’art pour l’art maar la puissance pour la puissance. In een democratie kan men machtswellustige elementen herkennen en onderdrukken. Een anti-utopie laat tegelijk zien wat er gebeurt als machtswellustigen hun kans krijgen en hoe we bepaalde historische patronen kunnen herkennen. George Bush jr. regeert volgens het totalitaire principe. Dit principe is het zaaien van angst voor een vijand om eensgezindheid en gehoorzaamheid onder het volk te bewerkstelligen.

Wij mensen moeten waken voor politiek die drijft op angst en streven naar gelijkheid en onderling vertouwen. Zuivere democratie is een ideaal, dat misschien niet te verwezenlijken is, maar toch een ideaal dat we als richtlijn voor ogen moeten houden. Eigenheid en emancipatie van het individu zijn hiervoor belangrijke voorwaarden. Zowel kunst als filosofie vervullen voor individuele emancipatie een cruciale, zelfs allesomvattende rol. Jacques Rancière verwoordt het in een interview in Documenta magazine (nr.3 2007) aldus:

“Democratie is een onbereikbare toekomst, alleen wanneer we het zien als een perfecte constitutie of het als het bestaan van volmaakte gelijkheid. Het “nog niet” kan echter niet gescheiden worden van het “hier en nu”. Democratie bestaat slechts uit democratisch handelen en de sociale structuren die daaruit voort komen. Het is niet intrinsiek onhaalbaar. Het is een principe dat verweven is met zijn tegendeel en er tegelijk een onophoudelijke strijd mee levert. De horizon van gelijkheid is niet een beeld dat ons streven naar een onbereikbare staat van perfectie dicteert. Het geeft wel het kader aan waarbinnen we kunnen denken en doen” [vertaald naar Jacques Rancière].

Dit is een filosofische notie die niet alleen toepasbaar is op het begrip democratie, maar op alle idealen die een mens of een maatschappij voor zich kan zien. Een ideaal is dan geen doel waarvan de verwezenlijking in de toekomst ligt, maar een geestesgesteldheid in het heden die een kader biedt voor het denken en handelen. Filosofie en kunst hebben als gemeenschappelijk doel om de idealen van mensen ter discussie te stellen. Zij tonen een nieuwe wereld en zijn een doel op zichzelf, een doel dat de strijd aangaat met het eenzijdige westerse ideaal: the American dream.

3o oktober: Jacques Rancière in de Balie, Amsterdam

31 oktober: Jacques Rancière in Maison Descartes, Amsterdam


Categorieën: Filosofie · Kunst · Politiek

Wat is Hip?

19 september 2007 · 11 reacties

Smurfen en negerslaven

Bij de Smurfen is Hippe de narcistische smurf, die met een bloem achter zijn oor niets anders doet dan verliefd in zijn handspiegeltje kijken. Als we de Smurfen mogen geloven is hipheid gewoon ijdelheid. Maar zo eenvoudig is het niet, want de nagellakverkoopster in de Bijenkorf is ongetwijfeld ijdel met haar lagen make-up en wolken parfum; hip is zij niet.

Welke zaken hip zijn, staat nooit vast en wisselt constant. Wat het woord ‘hip’ betekent moet echter wel vast te stellen zijn. Het woord ‘hip’ of ‘hep’ is in Amerika al heel lang in gebruik. Hep is afkomstig uit de dialecten die door Amerikaanse Negers gesproken werden in de tijd van de slavernij. Het betekent dat iemand geïnformeerd, op de hoogte is. Het staat min of meer tegenover het begrip naïef.

In de jaren ’40 is een ‘hipster’ iemand die zich heel erg bezig houdt met wat nieuw en stijlvol is. In de jaren ’50 volgt als variant het woord ‘hippie’. Hippies kennen we vooral uit de jaren ’60 en ’70, als mensen die zich verzetten tegen de heersende klasse. Naastenliefde, vrije seks en verruimd geestelijk bewustzijn (eventueel onder invloed van psychedelische drugs) zijn voor hippies heel belangrijk. Ze kleden zich vooral in gemakkelijk zittende kleding met vrolijke kleuren en bloemmotieven. Haarbanden en kralenkettingen zijn favoriet als accessoire.

De waarden en idealen van de hippies zijn nog altijd levend en spreken steeds nieuwe generaties aan, aspecten van de hippiemode steken dan ook steeds weer de kop op. Afhankelijk van de tijdsgeest kiezen mensen voor de meer zakelijke stijl van de jaren ’80 of de vrijheid van de jaren ’70. Iemand die echter geheel volgens de mode van de hippies door het leven gaat, beschouwen wij nu eerder als een dinosaurus dan als een hippe vogel. Zo iemand is juist nogal naïef. De betekenis van de jaren ’40, die van ‘nieuw en stijlvol’, komt dichter bij de waarde die wij aan hip toekennen.

Nieuwe dingen kunnen hip zijn, maar ook nieuw gebruik van oude dingen. Het gaat meestal om de combinatie ervan. Hip is echter niet voorbehouden aan mode. Alles met uitdrukkingswaarde heeft de potentie hip te zijn; van vervoersmiddelen tot muziek en van woonadressen tot eten. Iemand die echt hip is; die eet hip, woont hip, vervoert zichzelf hip en luistert niet alleen thuis naar hippe muziek maar laat zich vooral ook zien in hippe uitgaansgelegenheden. Om te weten wat hip is, moet je jezelf informeren. Waarom besteden hippe mensen zoveel aandacht aan zichzelf informeren? Zodat zij de eerste zijn. Het gevoel niet te volgen, maar te leiden is belangrijk voor hun identiteit. [verdieping]

Het predicaat hip krijg je door je te onderscheiden. Twee voorwaarden zijn nodig om door anderen als hip beoordeeld te worden: je moet afwijken van de massa en hier een zelfverzekerde houding bij aannemen. Het afwijken is echter niet een ontkenning van de band met de groep, maar een invulling daarvan. Hippe mensen zijn ‘trendsetters’. Zij willen gezien worden en zoeken naar bevestiging in de vorm van nabootsing.

Hipheid en consumptie

De trendsetter signaleert de nieuwste mode, geeft er mede invulling aan en draagt haar uit. De ‘trendvolger’ aapt de trendsetter na. De trendvolger maakt daarbij veilige keuzes en kiest de meest draagbare en toch vlotte kleding. De trendvolger bevind zich niet in de ‘underground’, maar in de elite van de mainstream. Hij mikt op status en let daarbij op merknamen. Trendvolgers zijn misschien “hip” in de ogen van mensen die trager reageren; echte hipsters weten wel beter… zij zijn alweer op zoek naar de volgende gril. Intussen is door de selectie van trendvolgers duidelijk geworden wat de nieuwe mode, de nieuwe stijl is. Deze stijl is dan eigenlijk al niet meer hip en kan beter gekarakteriseerd worden als “fris” of “vlot”. Ondernemers en producenten pikken de vernieuwde mode in de mainstream op. Dan pas volgt de massa.

Een soortgelijk patroon zie je bij de levensduur van consumptiegoederen. Een groep van ‘innovators’ komt met nieuwe zaken en apparaten, met nieuwe ideeën en nieuwe mode. De ‘early adopter’ koopt alle dure gadgets en glanzende spullen. Langzaam volgen er meer mensen; er wordt duidelijk wat succesvol is, meer bedrijven gaan dat maken en de massa gaat het kopen. Na verloop van tijd is ook de traagst reagerende groep op het consumptiegoed uitgekeken en is de levenscyclus van het product ten einde. Het is weer tijd voor iets nieuws!

De early adopter is dus een super-consument en de trendvolger is eigenlijk een early adopter. Als consument koopt hij de nieuwste en duurste zaken en bezoekt plekken die “in” zijn. De belangrijkste richtlijn is daarbij merknaam, hij geeft dan ook vaak veel geld uit om het hippe gevoel te kopen. De echte hipheid is echter gereserveerd voor de producenten van stijl. Hipheid is stijlproductie als vorm van innovatie. Consumptie maakt hiervan deel uit, maar belangrijker is de creatieve component.

Hip is (zelf)presentatie en (imago)vormgeving. Een hip mens is een goeroe op het gebied van de presentatie. Een hip mens geeft vorm aan wat hip is, aan wat de dominante stijl van de toekomst kan worden. Hip ontstijgt de consumptie en is creatief.

Categorieën: Sociale Verhoudingen
getagged: , , , , , ,