Vroeger was het nabootsen van de werkelijkheid (mimesis) het doel van de kunst. In de klassieke oudheid streefden kunstenaars ernaar de perfecte mens te scheppen. Zij maakten goden en atleten. In de middeleeuwen mocht men de Schepper niet naar de kroon steken. Pas in de renaissance werd weer geprobeerd de klassieke meesters te overtreffen. De kunst van Michelangelo kan als hoogtepunt van een onderbroken tijdperk worden gezien.
De uitvinding van de fotografie en het ontstaan van een beeldcultuur hebben mimesis overbodig gemaakt. Was in de religie de glorie van de Christelijke God het hogere doel van de kunst en was daarbij de persoonlijkheid van de kunstenaar van geen enkel belang, in het tijdperk van de ontkerkelijking wordt het personage achter de kunst steeds belangrijker. Niet meer probeert de kunstenaar de werkelijkheid na te bootsen, het creëren van een eigen werkelijkheid is het nieuwe doel van de kunst en in dit nieuwe universum staat de kunstenaar zelf centraal.
De westerse maatschappij ontwikkelde zich na het falen van het nationaal socialisme en het communisme tot een postmoderne maatschappij, waarin er geen absolute leiders meer zijn en waarin ideologische principes voor naïevelingen zijn. Er vindt een democratisering plaats die gepaard gaat met kapitalisering (stijging van de welvaart). Ook de kunst wordt gedemocratiseerd en wel op twee manieren: het overheidsbeleid is erop gericht kunst voor iedereen toegankelijk te maken en de kunst zelf kent anti-elitaire stromingen als Pop-art.

Marcel Duchamp (1917) Fountain
“Anything goes” is de leus die de kern van het postmodernisme blootlegt. Dit geldt sinds Marcel Duchamp een urinoir in het museum plaatste ook voor de beeldende kunst. Kunst is in onze wereld iets dat zich afscheidt van de maatschappij en toch kan alles kunst zijn. Kunst is tegelijk elitair en vulgair.
Zolang er een alternatieve blik gecommuniceerd wordt is er sprake van kunst. Kunst levert commentaar op de cultuur en stelt de (op fictie gebaseerde) consensus aan de kaak.
De filosofie heeft eenzelfde zwaai gemaakt; van een wetenschap die de werkelijkheid moest verklaren, naar een wetenschap die onze (schijn)werkelijkheid ter discussie stelt. In de oudheid was filosofie de wetenschap. Door de ontwikkeling en differentiatie van de positivistische wetenschap na de renaissance is de filosofie steeds meer een discipline geworden die zich bezig is gaan houden met het stellen van vragen. Terwijl men in de positivistische wetenschap telkens uit gaat van waarheden en feiten, stelt de filosofie onze ideeën op losse schroeven.
Wat filosofie is voor het denken, is kunst voor het communiceren. De taak van de filosofie is het stellen van fundamentele vragen. Kunst is het zoeken naar een nieuwe invalshoek.
Mensen zijn altijd op zoek naar antwoorden. Filosofie geeft tegenwoordig eigenlijk bijna nooit antwoorden. Soms biedt filosofie wel kaders aan voor het denken. Ook kunst kan kaders aanbieden. De utopie is het genre waar kunst en filosofie samen komen. Een utopie laat een ideaal zien. Dit ideaal is geen doel, maar een middel. Wanneer Plato in de Staat stelt dat een maatschappij geleid moet worden door filosofen en beheerst door soldaten, bedoelt hij dat een mens zijn ratio als leidend principe moet hanteren en zijn discipline moet gebruiken om zijn behoeften, driften en impulsen (in een staat is dit de klasse van het volk) te beheersen. Plato bedoelt dus niet dat hij tegen de democratie is, maar dat een mens het rationele ideaal als leidend principe moet hanteren.
Een utopie dient als ideaal. Een anti-utopie is een schrikbeeld.
Van George Orwell leren we dat wanneer de machtswellustige mens zich uit kan leven er een totalitaire verschrikking ontstaat, waar angst regeert. Het uitoefenen van macht dient slechts om de macht in stand te houden. Niet l’art pour l’art maar la puissance pour la puissance. In een democratie kan men machtswellustige elementen herkennen en onderdrukken. Een anti-utopie laat tegelijk zien wat er gebeurt als machtswellustigen hun kans krijgen en hoe we bepaalde historische patronen kunnen herkennen. George Bush jr. regeert volgens het totalitaire principe. Dit principe is het zaaien van angst voor een vijand om eensgezindheid en gehoorzaamheid onder het volk te bewerkstelligen.
Wij mensen moeten waken voor politiek die drijft op angst en streven naar gelijkheid en onderling vertouwen. Zuivere democratie is een ideaal, dat misschien niet te verwezenlijken is, maar toch een ideaal dat we als richtlijn voor ogen moeten houden. Eigenheid en emancipatie van het individu zijn hiervoor belangrijke voorwaarden. Zowel kunst als filosofie vervullen voor individuele emancipatie een cruciale, zelfs allesomvattende rol. Jacques Rancière verwoordt het in een interview in Documenta magazine (nr.3 2007) aldus:
“Democratie is een onbereikbare toekomst, alleen wanneer we het zien als een perfecte constitutie of het als het bestaan van volmaakte gelijkheid. Het “nog niet” kan echter niet gescheiden worden van het “hier en nu”. Democratie bestaat slechts uit democratisch handelen en de sociale structuren die daaruit voort komen. Het is niet intrinsiek onhaalbaar. Het is een principe dat verweven is met zijn tegendeel en er tegelijk een onophoudelijke strijd mee levert. De horizon van gelijkheid is niet een beeld dat ons streven naar een onbereikbare staat van perfectie dicteert. Het geeft wel het kader aan waarbinnen we kunnen denken en doen” [vertaald naar Jacques Rancière].
Dit is een filosofische notie die niet alleen toepasbaar is op het begrip democratie, maar op alle idealen die een mens of een maatschappij voor zich kan zien. Een ideaal is dan geen doel waarvan de verwezenlijking in de toekomst ligt, maar een geestesgesteldheid in het heden die een kader biedt voor het denken en handelen. Filosofie en kunst hebben als gemeenschappelijk doel om de idealen van mensen ter discussie te stellen. Zij tonen een nieuwe wereld en zijn een doel op zichzelf, een doel dat de strijd aangaat met het eenzijdige westerse ideaal: the American dream.
3o oktober: Jacques Rancière in de Balie, Amsterdam
31 oktober: Jacques Rancière in Maison Descartes, Amsterdam