Maandelijks archief: november 2007

Peer 2 Peer

Ooit ben ik naar een toneeluitvoering van ‘Elementaire deeltjes’ van Michel Houellebecq geweest. In de pauze verliet het publiek de zaal. Er was daarbij sprake van filevorming. Iedereen ging aan het einde van de gang door dezelfde deur naar de foyer. De zijwand van de gang bestond echter geheel uit deuren en niemand was op het idee gekomen om de eerste deur te proberen. Ik duwde en hij ging natuurlijk gewoon open. Zie hier een nogal letterlijke illustratie van de mens als kuddedier. Allemaal sjokken we braaf achter elkaar aan, zo ook het Amsterdamse publiek bij een voorstelling van het provocerende ‘Elementaire deeltjes’.

Overigens was het een matige voorstelling, want de karakters waren plat geslagen. De ene hoofdrolspeler (Michel) overacteerde non-stop. Het was ‘teveel’ wat hij deed. De ander (Bruno) was slechts een perverseling, van de kwetsbaarheid van het personage bleef niets over. Wel lag er een goede bewerking van de tekst aan ten grondslag, waardoor het publiek via het stuk uitstekend in contact kon komen met het creatieve werk van de oorspronkelijke schrijver.

peer-1c277.jpg

Terug naar de invloed van de kudde: Ik sluit met mijn verhaal aan bij het stuk van Ad Bergsma in de Volkskrant van 27 oktober, om vervolgens een koppeling te maken naar de stand in onderwijsland. Bergsma opent zijn stuk met een beschrijving van het meer duurzame gedrag van de Volkskrantlezer. Duidelijk wordt echter dat dit een tactiek is om mensen aan te sporen milieubewust gedrag te vertonen. Door te beweren dat volkskrantlezers zich meer duurzaam gedragen, spoort hij de lezer, die zich met die groep identificeert, zich hierbij aan te sluiten. Hierbij is een specificatie van de kenmerken van de groep wenselijk om het gevoel van verbondenheid te vergroten. Vandaar de categorie ‘Volkskrantlezer’. Ten grondslag hieraan ligt dat mensen het voorbeeld van anderen volgen, vooral wanneer zij zich met hen identificeren.

Op Wikipedia vinden we de banner “22,382 have donated”. Wanneer je nu op de site kijkt, zullen dit er veel meer zijn. Wikipedia heeft begrepen dat je mensen motiveert door ze het gevoel te geven dat ze ergens bij aansluiten, wanneer ze tot actie overgaan. Het mag geen wonder heten dat het op peer education gebouwde initiatief dit inziet. De macht van het collectief staat centraal voor het succes van deze internet-encyclopedie.

Het Wikipedia-leren

Op woensdag 31 oktober was ik als lid van de medezeggenschapsraad van de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten aanwezig bij een conferentie over de toekomst van het HBO. De HBO-raad vroeg zijn studenten om hun mening. Deze mening werd dan ook enthousiast gegeven. Eerst luisterde ik een tijdje mee naar de sentimenten en redeneringen. Toen synthetiseerde ik eerder besproken zaken als “hoe voorkom je uitval?”, “wat te doen met de excellente student?”, “het belang van extracurriculaire activiteiten”, “behoefte aan meer en/of beter bestede contacturen” en “behoefte aan meer inspraak in de inhoud van het leren” tot de mogelijkhijd van peer education. Om aan te tonen dat de tijd hiervoor rijp is noemde ik Wikipedia als voorbeeld. Nog nooit is er zoveel en zo vrij kennis uitgewisseld tussen grote groepen mensen.

Wanneer we het model van deze peer education introduceren in het HBO creëren we mogelijkheden om aan bovengenoemde behoeften tegemoet te komen en de problemen die worden ervaren op te lossen. Studenten die de stof beter beheersen dan gemiddeld of zelfs op het niveau van docenten kunnen praten, moeten mede de inhoud van het onderwijs kunnen bepalen. Daarnaast kunnen zij hun eigen capaciteiten ontwikkelen door minder sterke studenten te begeleiden. Dit kan de uitval omlaag brengen en tegelijk het onderwijs voor de excellente student aantrekkelijker maken. Extracurriculaire activiteiten dragen dan binnen de muren van de opleiding bij aan de kwaliteit van het onderwijs. Tevens kom je tegemoet aan de behoefte aan extra begeleiding en meer contacturen zonder dure docenten aan te hoeven trekken.

verslag-hbo-raad-studentenconferentie-1.doc

Roltrap Fitness

Geen zin om naar de sportschool te gaan? Gebruik de roltrap omlaag als fitnesstoestel door de traptreden te beklimmen! Dit moet je natuurlijk niet tijdens de spits doen, maar als je bijvoorbeeld op een koud en verlaten perron staat en de trein komt pas over een kwartier. Iedereen weet dat traplopen behoorlijk vermoeiend is en het tempo waarmee een roltrap je omlaag vervoert ligt best hoog. Wanneer je zo’n roltrap als fitnesstoestel gebruikt, dan is de inspanning te vergelijken met joggen.

In plaats van kou te lijden op een stalen stationsbank krijg je het lekker warm en tegelijk smeer je de boel nog eens lekker door: je ademhaling wordt dieper, je bloedsomloop gaat omhoog en het hartritme ook. En natuurlijk verbrand je daarmee een paar calorieën. Af en toe moet er nog wel eens iemand met de roltrap omlaag, maar daar loop je zo langs en mensen vinden het wel grappig…

Behalve de burgerlijke fascist.

De burgerlijke fascist houdt er niet van als mensen afwijken. Meestal heeft de burgerlijke fascist last van een hoop opgekropte agressie. De oorzaken hiervan zijn uiteraard veelvuldig, samengesteld en uiteenlopend: stress op het werk door een vervelende baas, een dominante vrouw, onhandelbare kinderen, slechte voeding, nul nieuwe ervaringen en leermomenten en waarschijnlijk te weinig sport en andere lichaamsbeweging. En laten we vooral de seksuele frustratie niet vergeten: een burgerlijke fascist komt bij zijn dominante vrouw niet aan zijn trekken, heeft dan ook meteen nauwelijks lichaamsbeweging en geen uitlaatklep voor de werkgerelateerde stress. Of misschien heeft de man juist helemaal geen werk en geen vrouw, dan komt er nog eens een minderwaardigheidsgevoel bovenop de opgekropte agressie.

Houd deze gedachte vast en stel je voor dat zo’n burgerlijke fascist op een avond de roltrap naar beneden neemt. Dan ziet hij mij; een jongeman die iets doet wat we niet vaak zien. Ik loop in de verkeerde richting op de roltrap, met mijn gezicht naar de afdalende man beklim ik de treden. Ik beweeg, maar geraak niet van mijn plaats. Om dit afwijkende gedrag te kunnen vertonen ben ik afhankelijk van de sporadische medemens die mij op de mechanische trap tegemoet komt. Deze medemens moet mij de ruimte laten om tegen de stroom in te gaan. De burgerlijke fascist heeft nu een zeldzaam moment van macht in handen en zal zijn kans grijpen. Met de kracht van de norm verspert hij me de weg.

Ik kan niet meer verder en moet halt houden. Ik sta met mijn gezicht vlak voor het gezicht van de burgerlijke fascist. Hij staat een trede hoger, maar ik ben een kop groter. Hijgend laat ik mijn opponent weten dat hij als mens tegenover mij als mens zich zeer onaangenaam verhoudt. Ik voel zijn onverzettelijkheid als een persoonlijke aanval en dat terwijl er tussen ons geen enkele verbintenis bestaat. De burgerlijke fascist beperkt mijn persoonlijke vrijheid en oefent macht over mij uit. Mijn lekkere ritme is onderbroken. Daarin schept de burgerlijke fascist genoegen, belangrijker is het echter voor hem dat hij iemand in het gareel brengt. Het doet er voor hem niet toe wat de aard van het afwijkende gedrag is. Afwijken is per definitie onwenselijk. Het maakt niet uit of er mensen benadeeld worden. Afwijken is afwijken en dat moeten we niet hebben. Regels zijn zeer geschikt om als fundament te dienen waarop het corrigerende gedrag van de burgerlijke fascist kan bogen. Een praktische norm is echter ook goed. Op een roltrap heerst eenrichtingsverkeer, niet volgens de wet, maar gewoon omdat het praktisch is. Er is dus geen sprake van het overtreden van (verkeers)regels, slechts van afwijken van de norm.

Lieve lezer, kijk uit voor mensen die de kracht van de norm of de autoriteit van de regel misbruiken om voor zichzelf een moment van triomf te behalen. Kijk uit voor verzuurde oudjes, machtswellustige agenten, gefrustreerde taxichauffeurs en roltrapfascisten! Dit zijn de mensen die in een andere wereld zich ontpoppen tot nazibeulen. Denk nog maar eens aan de omstreden experimenten uit de jaren ’70 naar de werking van autoriteit in extreme situaties (Milgram, Stanford Prison). Mensen die regels belangrijker vinden dan mensen zijn gevaarlijk.

Overbevolking op de Olympos

Hoewel veel mensen niet meer in God geloven, geloven zij wel “dat er iets is”. Hiermee bedoelen zij dan een hogere macht. Er zijn ook mensen die niet in een hogere macht geloven. Zij zijn atheïst. Maar wanneer een atheïst zichzelf en zijn soortgenoten als wezenlijk anders ziet dan ‘de dieren’ is er geen sprake van atheïsme maar veel eerder van autotheïsme.

Ik bedoel hiermee niet de christelijke geloofsstroming die de Zoon van God als een autonome godheid ziet, maar het verheffen van het zelf tot godheid. Waarom zou een mens een aparte categorie vormen ten opzichte van ‘de dieren’? Moeten we apen en regenwormen, krokodillen en plankton, olifanten en muggen op een hoop gooien en zeggen: “die horen in een dierentuin, daar horen wij niet bij”? Is de wereld niets anders dan een grote dierentuin?

Wij mensen stellen vaak de vraag: “hoe onderscheidt de mens zich van de dieren?”. We stellen minder vaak de vraag “in hoeverre verschilt de mens van andere diersoorten?”. Darwin zou deze laatste vraag stellen. De eerste vraag getuigt van een religieus wereldbeeld. Denk aan het verhaal van Adam en Eva, die de dieren hun namen geven en door God geschapen zijn om over de natuur te heersen.

durer_adam_eva_gravure_grt.jpg

Albrecht Dürer (1504) Adam en Eva

Wanneer de mens zijn eigen god is, is streven naar apotheose een logisch gevolg. Men wil zich onderscheiden van de medemens door het vergaren van aanzien en roem. Een god dient aanbeden te worden.

Kan de mensheid als geheel, als soort zou ik willen zeggen, verheven zijn boven de natuur? De apotheose van de mens bestaat bij de gratie van onderdanen. Als alle mensen goden zijn, kunnen zij niet tegelijk ook onderdanen zijn. De dieren zijn dus onze onderdanen. Dit levert twee problemen op:

1. Maar heel weinig dieren zijn in staat om de rol van onderdaan te vervullen. Alleen een hond kan zijn baasje toejuichen. Aanzien en roem ten opzichte van de dieren moet dan als iets abstracts worden voorgesteld. Hoe?

2. Het concept van mensen als goden en dieren als onderdanen doet geen recht aan de individuele kenmerken van dieren en mensen. De innerlijke beleving van een zeer zwak begaafd mens, een idioot, staat misschien wel dichter bij die van een gorilla of die van een chimpansee dan bij de geesteswereld van een wereldwijd gevierde filosoof. In ieder geval is zowel de emotionele als de intellectuele beleving van beide apen meer gelijk aan die van een (domme) mens, dan aan die van een kikker. En een kikker lijkt op zijn beurt weer meer op de mens dan op een garnaal, of niet?

 Voor meer en beter: “The Life of Animals” van J.M. Coetzee