Cultuurkritiek

Entries from mei 2008

Preview Lowlands 2008

30 mei 2008 · Geef een reactie

Voor iedereen die zich verheugt op lowlands, voor iedereen die van goede muziek houdt, voor iedereen die nieuwe muziek wil ontdekken en voor iedereen die behoefte heeft aan tips en aanraders voor de 16e editie van het meest vermakelijke festival van Nederland… Hieronder een bespreking van het programma, zoals het tot dusver bekend is. Ik zal eerst de namen noemen, die nog op mijn lijstje stonden, vervolgens bespreek ik mijn favorieten, die ik wel een tweede, derde of vierde keer wil horen. Dan heb ik wat twijfelgevallen, potentieeltjes, bands waar ik neutraal tegenover sta en muziek waar ik op spuug

Most anticipated:

Deze bands heb ik nog niet live ervaren, maar ik verwacht er veel van:

MGMT: leuke kermis van stijlen en een mix van onafhankelijke invloeden, jonge honden die op de plaat geweldig klinken en live zich nog moeten waarmaken.

The Dresden Dolls: perfecte live act, als ik de cd’s beluister dan verlang ik ernaar de zangeres achter haar piano los te zien gaan!

Modeselektor: beste dance-act, samen met Trentemoller van afgelopen jaar, helaas baseer ik dit alleen op de eerste vijf minuten en de laatste twintig van hun dj-set. Dit jaar speelt de favoriete band van Thom York live…

Ellen Alien: beste vrouwelijke minimalartiest, haar platen zijn geweldig, gaat ze haar eigen muziek ten gehore brengen of gaat zij draaien? auf jeder fall soll’s groβartig werden!

Hercules & Love Affair: een van de vrolijkste meest gay debuten van 2008, ik verwacht alleen gastzanger Anthony Hogarty er helaas niet bij, dat zou te mooi zijn om waar te zijn. Echter een aanrader om een lange dansnacht mee te beginnen!

The Flaming Lips: Soms doet Pinkpop wel eens iets heel erg goed, zoals het programmeren van The Dresden Dolls of The Flaming Lips, ik was er echter niet bij. Nu gelukkig ook op mijn favoriete festival.

Verder ben ik erg benieuwd naar Dominik Eulberg, Iron&Wine, Hot Chip en Holy Fuck.

Been there, done that:

Underworld: In 1999 zag ik ze op Pinkpop, maar toen moesten we voor het einde weg. (We sliepen er niet en als je dan nog met de trein moet, kun je het programma niet tot het einde meemaken. Alleen op de laatste dag worden extra treinen ingezet, terwijl vorig jaar Muse de meest gevraagde band was, werden ze zondagavond geprogrammeerd en moest je na een kwartier weg, anders haalde je het niet meer. Kut Pinkpop.) In 2003 had Underworld inmiddels weer een nieuwe cd uit, wederom een zeer goede plaat en was ik erbij toen ze de festivals weer aandeden. Ik had me er erg op verheugd, maar werd behoorlijk teleurgesteld. Intussen was hun show namelijk nauwelijks veranderd, om het grote publiek een lol te doen speelden ze alle hits en bijna geen nieuw materiaal. De fans worden dus iedere keer getrakteerd op een herhaling van zetten… Zal ik ze dit jaar nog een kans geven?

Anouk: leuk op een festival in Duitsland (Hurricane 2003); vanuit een gezond nationalisme en vanwege een goede ondersteunende band en een prima presentatie, maar de muziek is uiteindelijk niet erg boeiend.

Infadels: jaren terug meegemaakt op Motel Mozaïque (2005) in de kleine zaal van Nighttown; was geweldig, daarna waren ze een jaar niet weg te slaan uit Nederland, hadden een hit op 3FM, staan nu ook op Pinkpop, kortom: overexposure. Waarom dan nog op Lowlands? Omdat het een geweldige festivalact is, die je gezien en gehoord moet hebben… ik hoop wel dat de zanger een beetje bij stem is, want dat was afgelopen maand in de Melkweg niet zo best.

Danko Jones: best wel coole muziek, zeer energieke performance, maar viel me vorige keer op Lowlands al een beetje tegen.

Vive la Fête: was ooit enorm hip, maar is nu eigenlijk passé. De aanvoerder van de band kwijlt letterlijk bij zijn vriendin, de ‘zangeres’, spuugt in de lucht en vangt zijn eigen spuug weer op. Ook kitst hij af en toe zijn publiek onder. Als je er per se heen wilt, ga dan niet helemaal vooraan staan. Ge zijt gewaarschuwd.

Jamie Lidell: Waar hebben we die eerder gezien? Oh ja, zo’n beetje overal: op Pinkpop, North Sea en Motel Mozaïque (2x) en in het voorprogramma van Björk… Geef mijn portie maar aan fikkie. Lidell is een prima podiumdier, daar niet van.

Ane Brun: maakt mooie muziek, maar niet boeiend genoeg om vaker naar toe te gaan. Ze is niet zo goed en bij lange na niet zo charmant als bijvoorbeeld An Pierlé.

dEUS: De recente comeback was bevredigend, maar ik mis de rauwe invloed van Stef Kamiel (ex dEUS, nu Zita Swoon). Op Motel M. heb ik ze (ondanks mijn bezit van het speciale bandje) laten schieten en daar had ik geen spijt van, de ziel lijkt er een beetje uit. Als er niks anders is ga ik wel even kijken… of even eten.

Ook The Roots, van het nummer Seed 2.0 en Roisin Murphy, van Moloko, hebben wat mij betreft hun tijd wel gehad, maar ga er vooral heen als je er meer van verwacht. Hetzelfde geldt voor Franz Ferdinand.

Evergreens:

En dan nu mijn favorieten, de bands waarmee het programma geen blijk geeft van grote vernieuwingskracht of originaliteit, maar wel van een gevoel voor echte muziek of pure feeststemming

Sigur Ros: Symphonische en dromerige muziek, de Radiohead van Ijsland, hier ga ik zeker nog eens naar toe. Ik hoop niet in Alpha.

Gogol Bordello: Vaste festival-kost, gegarandeerd feest.

Digitalism: idem, al drie keer gezien (Rauw, Eurosonic, MM); geweldige dance-act. Armen in de lucht, voetjes van de vloer!

Yeasayer: beste nieuwe band van het moment, ontdekt op Crossing Border, gezien in Doornroosje… Hun mix van Bollywood en The Rolling Stones is uitstekend, het geluid is echter rijker dan deze typering. Het zijn perfectionisten en toch zijn het hippies, hun muziek is toegankelijk en gelaagd. Een absolute aantrader, ze verdienen een plek in India, maar ook als ze in Lima spelen: zorg dat je erbij bent!

Ook op Black Mountain en Foals verheug ik mij weer, misschien ga ik ook nog een keer naar Tunng of British Sea Power

High potentials:

Crystal Castles, Los Campesinos, The Hoosiers, Booka Shade, The National, The Gutter Twins, Black Kids, Asakusa Jinta en Sven Väth lijken mij interessante namen, van de meeste hiervan ben ik de muziek aan het luisteren om er bekend mee te raken, als het programma het toelaat breng ik ze zeker een bezoekje.

Lowlifes:

Tenslotte nog een waarschuwing: ik raad je aan de volgende gasten als de pest te mijden, het merendeel is kutherrie en pubermuziek (Nightwish, Anti-flag, Plain white t’s, Sex Pistols, Volbeat, Killswitch Engage, Hadouken, Mindless Selfindulgence en Him) en dan is er nog wat muziek bij die mij persoonlijk absoluut niet bevalt, zoals: Amy McDonald, NERD en Thrice.

To Be Continued:

NB. Vorig jaar werden er op het laatst nog hele goede bands bekend gemaakt, ik wacht nog op Grinderman, The Raconteurs en The Futereheads. Verder volgt er ongetwijfeld nog van alles op dance-gebied, misschien Michael von L, Anja Schneider of zelfs Andre Galluzi?

Categorieën: Muziek · Recensie · Uncategorized
getagged: , , ,

Puberbrein

28 mei 2008 · Geef een reactie

Een leraar in het voorgezet onderwijs weet als geen ander dat pubers lastige wezens zijn. Maar pubers zijn daarnaast misschien ook wel de meest interessante groep om mee te werken. Ze zijn als het ware nog niet helemaal ‘af’. Pubers bezitten in tegenstelling tot de meeste kleine kinderen wel de intellectuele vermogens te abstraheren en te concretiseren. Deze hersenfuncties zijn nodig voor de complexe bezigheid van het analyseren. Pubers zijn dan ook klaar voor een voorbereiding op een wetenschappelijke opleiding. De vraag is in hoeverre deze voorbereiding gericht moet zijn op het leggen van een algemene basis. Zou het individu niet meer gebaat kunnen zijn bij een vroegere specialisatie?

We weten dat kinderen in de prepuberteit het vermogen ontwikkelen abstract te denken. Dit vermogen is een cruciaal onderdeel van het complexe geheel van hersenfuncties dat humor mogelijk maakt. Dit verklaart het duidelijke verschil in humor tussen kleine kinderen en pubers. Dit verschil is veel groter en meer fundamenteel dan (het meer culturele) verschil tussen de humor van pubers en volwassenen, dat meer een kwestie van smaak lijkt. Het sterk ontwikkelde vermogen tot onder andere abstraheren, komt voort uit een fysieke ontwikkeling in de hersenen. De hersenen van een mens blijven doorgroeien tot ongeveer het twintigste levensjaar. Deze groei accelereert na de pre- en postnatale periode opnieuw in de adolescentie.

In de laatste fase van de zwangerschap groeien de hersenen van de ongeboren vrucht enorm. Na de bevalling, in de eerste anderhalf jaar, gaat deze groei stevig en gestaag door. Het kind ontwikkelt hiermee een enorme potentiële denkkracht, die door het nabootsen van anderen en het oefenen van allerlei taken tot ontwikkeling komt. Dit komt neer op gebruiken en versterken van verbindingen tussen hersencellen. Een baby wordt geboren met een enorme hoeveelheid neuronen, dit zijn de celkernen. Deze celkernen kun je je voorstellen als informatie-eenheden. Aan deze celkernen zitten axonen. Dit zijn ‘tentakels’ die ervoor dienen om op chemische wijze informatie uit te wisselen tussen celkernen. Traditioneel noemen we de neuronen grijze stof en de axonen witte stof.

Voeger, tot voorkort eigenlijk, dachten we dat het brein van een zesjarige al bijna een volwassen potentie heeft en er daarna wat betreft neuronale groei niet zoveel meer gebeurt.

De omvang van een brein van een kind dat naar groep 3 mag en gaat leren lezen en schrijven is al 95% van dat van een volwassene.

Recent is er echter ontdekt dat er in de prepubertijd, in de bovenbouw van de lagere school in de gehele grote hersenen, die verantwoordelijk zijn voor al onze hogere functies, een enorme (tweede) groeispurt plaats heeft. Deze groeispurt maakt een ingrijpende reorganisatie mogelijk.

Wanneer een kind in de prepubertijd komt, begint er een cerebrale groeispurt van neuronen, vooral in de prefrontale cortex. Vervolgens worden verbindingen afgebroken, die niet worden gebruikt. Hiermee verliest het opgroeiende kind de potentie om bepaalde vermogens te ontwikkelen. Die afbraak verloopt volgens het principe ‘Use it or lose it’.

De verbindingen tussen hersencellen, die niet gebruikt worden, omdat er van oefening geen sprake is, worden opgegeven.

Zo komt ruimte en energie vrij voor de mechanismen die veel in gebruik zijn. Je kunt het zien als spoorlijntjes die worden opgeheven en andere verbindingen die met extra sporen worden versterkt. De verbindingen die in het puberbrein veel gebruikt worden, krijgen versterking. Dit gebeurt op chemische wijze; er wordt een geleidende stof aangebracht op de axonen, zodat de informatiestroom sneller en soepeler verloopt.

Voor pubers zelf zijn de sociale vaardigheden en vermogens en het ontwikkelen van een gevoel voor humor erg belangrijk. Hiermee stellen ze hun positie in de groep veilig. de maatschappij vindt het verder van belang dat ze zich algemeen voorbereiden op een vervolgopleiding. Analytische vermogens moeten worden getraind, maar ook heel veel kennis dient te worden opgeslagen. Tegenwoordig is er echter een externe en onuitputtelijke collectieve opslag van kennis: Het Internet. De jeugd van tegenwoordig surft vrij vaardig. Zijn zij zich daarbij ook bewust van de wisseldende kwaliteit van de beschikbare kennis? Zoeken ze om te leren of vooral om te herkennen?

Is het aanleren van kritische vermogens (door het geven van het goede voorbeeld en persoonlijke begeleiding) en het prikkelen van de leergierigheid niet minstens zo productief als het aanbieden van kennis in hapklare brokken?

In ieder geval past het stimuleren van de vermogens tot kritische analyse en het leren maken van analogieën heel goed bij de ontwikkeling in een puberbrein. We zullen hieronder eens wat nader ingaan op de werking van de hersenen bij het volbrengen van verschillende taken en het tot stand brengen van complexe vermogens.

Wiskunde

Een voorbeeld van een complexe taak die twee hersengebieden aanspreekt is wiskunde. Hiermee vinden we een bewijs voor het idee dat voor wiskunde zowel kennis (van gemaakte afspraken), als inzicht (in natuurlijke verhoudingen) nodig zijn. Voor succesvolle wiskunde is een goede verbinding van de ‘linker frontale kwab’ van de hersenen met de ‘parietale kwabben’ nodig. Deze kwabben liggen aan de zijkanten van het brein en geven aandacht aan problemen die (vanuit visuele informatie) op het gebied van ruimtelijke en getalsmatige verhoudingen spelen. Zo zijn we in staat om inschattingen te maken. Hier speelt het ‘intuïtieve’ deel van de wiskunde zich af. Voor het uitvoeren van exacte berekeningen wordt geput uit de kennis die op talige wijze in het geheugen vastgelegd is… Of we nu schrijven “drie keer drie is negen” of korter “3×3=9”, het gaat in beide gevallen om een zinnetje of regeltje dat vastligt en in taal uitgedrukt wordt. Het betreft kennis, geen inzicht. Het activeren en combineren van informatie uit het talige geheugen onder leiding van intuïties over verhoudingen maakt succesvolle wiskundige berekeningen mogelijk.

Bedrog?

In de rechter hersenhelft van de voorste hersenen ligt de potentie en capaciteit voor het inschatten van visueel perspectief. Deze capaciteit kan worden toegepast voor het inschatten van het (psychologisch) perspectief van een ander, dit draagt ook bij aan inlevingsvermogen of empathie. Hier ligt de mogelijkheid bedrog te detecteren. Om te kunnen vaststellen dat de ander ons bedriegt, moeten we ons een voorstelling maken van het perspectief van die ander. We stellen ons daartoe vragen als: ‘wat weet de ander?’ en ‘wat wil de ander?’. Door antwoord te geven op deze vragen reconstrueren we de processen die een rol spelen. Vervolgens combineren we deze ‘beelden’ tot een perspectief dat buiten dat van onszelf ligt. Wanneer we ons zodanig een beeld van het perspectief van de ander vormen, zijn we vervolgens in staat te bepalen hoe dit zich tot ons verhoudt en daarmee of we worden belazerd of integer benaderd worden.

Humor

Nu zullen we nader ingaan op de processen die van belang zijn voor een gezond en volwassen gevoel voor humor. Er zijn onderzoeken gedaan naar de voorkeuren op het gebied van humor van proefpersonen met een defect in de voorste hersenen en die van ‘normale’ proefpersonen. Hiervoor werd een begin van een grap aangeboden met drie mogelijke clous. De grap gaat als volgt: “Een jongen komt bij een boer voor vakantiewerk. Hij vraagt hoeveel hij kan verdienen. ‘100 euro in de eerste week’, zegt de boer, ‘maar na een week kan dat oplopen to 150 euro en misschien wel meer’. Voor het antwoord dat de jongen geeft, kan de proefpersoon kiezen uit:· ‘prima, wanneer kan ik beginnen?’· ‘dan begin ik wel over een week!’· ‘He baas, wist je dat je neus te groot is voor je hoofd?’

Het eerste antwoord is humorloos en to the point. Het tweede antwoord is volgens de logica van de humor. De meeste gezonde mensen kiezen dit antwoord. Het laatste antwoord doet absurd aan en staat in geen relatie tot het voorgaande. Het is van het soort slapstick-humor, waar jonge kinderen vaker een voorkeur voor hebben. Proefpersonen met een beschadiging in de voorste hersenen kiezen hiervoor door gerbrek aan begrip en houvast op de materie van de humor.

Om een succesvolle grap te maken of te begrijpen moet je verschillende processen in gang zetten: in het kortetermijngeheugen of ‘werkgeheugen’ moet een portie informatie vastgehouden worden en gemanipuleerd. Er moet cognitief geschakeld worden tussen verschillende perspectieven en er moet worden geabstraheerd en eventueel geconcretiseerd.

Kinderen bezitten deze vermogens nog slechts rudimentair, mensen met een beschadiging in de voorste hersenen hebben hier een defect en pubers bezitten een enorme potentie die zij tot wasdom laten komen.

Uit het bovenstaande en alles wat we geleerd hebben over de ontwikkeling van de voorste hersenen in een puberbrein, kunnen we de voorkeur voor humor bij pubers nu bevredigend verklaren. Met humor train je de belangrijkste hersenfuncties die in aanbouw zijn: functies die sociale interactie, zowel als intellectuele analyse mogelijk maken. Humor in de klas is dan ook van het grootste belang. Zowel leerlingen als docenten gebruiken de strategie van de humor niet zomaar om zichzelf geliefd te maken. Humor is niet alleen prettig door het gelukzalige gevoel dat het prikkelt, het is ook nog een goede vorm van hersentraining.

De romantische filosoof Friedrich Nietzsche analyseerde op zijn gebruikelijke nihilistische wijze het bestaan aldus: wanneer je door hebt hoe kwalijk, nutteloos en absurd het leven is, kan slechts de kunst een uitweg bieden. De zoektocht naar het verhevene zet dit onbehagen om in schoonheid, het komische sublimeert het gevoel voor de absurditeit. Kortom; de humor is een overlevingsstrategie van (betrekkelijke) zingeving in een verwarrende wereld. Zeker een adolescent is gevoelig voor het absurde van de wereld van de volwassenen en zal zich snel verward voelen. Niet voor niets maken pubers aan de lopende band grappen!

We kunnen concluderen dat de hersenen van pubers zich als het ware ‘schrap zetten’. In een groeispurt van de hersenen worden talloze extra neuronen aangemaakt. Er ontstaat een enorm potentieel in denkkracht. Op een leeftijd van ongeveer 12 jaar is die potentie optimaal, maar de controle is minimaal… De tijd om verbindingen af te breken en te versterken breekt aan. Allesbepalend zal hierin zijn hoe een puber zijn of haar hersens gebruikt. Mogelijkheden die niet benut worden, verbindingen die niet actief zijn, worden geëlimineerd of sterven af. Verbindingen die veel gebruikt worden, worden versterkt. Adolescenten maken eigen keuzes om zich te oefenen in muziek, sport, sociaal-vriendschappelijke contacten en sociaal-seksuele contacten. Humor gaat een belangrijke rol spelen. De intellectuele en kunstzinnige vermogens kunnen flink worden uitgebouwd. Pubers zijn in staat tot abstraheren en concretiseren, jonge kinderen kunnen dit veel minder…

Intussen heeft de maatschappij gemeten en geoordeeld. Het opgroeiend kind heeft de cito-toets gemaakt, een advies is uitgebracht. De maat van de hersens van de (pre)puber is genomen en een keuze voor een opleiding in het voortgezet onderwijs is gemaakt. Let wel: er is hier sprake van gradaties van theoretische capaciteiten.

Een cito-toets en ook een IQ-test meet rationele vermogens, die bij een beschadiging aan de voorste hersenen nauwelijks beïnvloed worden.

Terwijl de prepuber juist daar een enorme potentie heeft aangemaakt en het trainen van die voorste hersens fysiologisch de volgende stap is, richt het onderwijs zich op andere zaken… De manier waarop het voortgezet onderwijs nu is ingericht past beter bij de ontwikkeling van een jong kind dan bij een puber. Wanneer er minder aandacht uit zou gaan naar kennisoverdracht, (achterhaalde) theorie en het leren beheersen van formules en andere trukendozen, wanneer de individualiteit en de hogere hersenfuncties van een puber serieus genomen zouden worden, zou er een veel productievere samenwerking tussen school en leerlingen mogelijk worden. Een puber is een volwassene in wording met een samengestelde potentie om problemen van verschillende aard te analyseren en aan te pakken. Oefening leidt tot praktische ervaring. Op het niveau van de hersens betekent deze ervaring: verbindingen tussen celkernen. Hoe dikker de verbinding, hoe beter de prestaties. Een kind krijgt in de puberteit een ‘tweede kans’. De hersenen zijn klaar om zich op een volwassen en gespecialiseerd leven voor te bereiden. Het maken van keuzes en het trainen van specifieke vermogens is daarvoor nodig.

De belangrijkste zaken die een kind op de lagere school leert, zijn rekenen en taal. We hebben gezien dat het rekenen neurologisch ook als taal opgevat dient te worden. De hersenen van een kind vormen zodoende eigenlijk een taalcumputer. Na het twaalfde levensjaar is het bij nul beginnen met het aanleren van taalsystemen nagenoeg onmogelijk, het past dus perfect bij de neurale ontwikkeling dit op jonge leeftijd te doen. Vervolgens bepalen de omstandigheden welke vermogens het individu dient te ontwikkelen. Omdat wij in een nauwe samenhang met elkaar leven, zijn de sociale vermogens het belangrijkst. Intellectuele of creatieve vermogens maken het mogelijk voor een individu zich te onderscheiden. Hoewel onze maatschappij een adolescent vraagt kennis te verwerven en wederom algemene vaardigheden op te doen, is het wellicht juist tijd om te specialiseren. Je kunt met gemak volhouden dat de mens meer gebaat is bij een individuele identiteit, gebaseerd op specifieke vermogens. We willen toch trots zijn op onszelf? We willen toch geen eenheidsworst? We mogen leerlingen niet het slachtoffer laten worden van een compromis tussen vakgebieden die om invloed strijden. Daarbij stamt het disciplinaire schoolsysteem uit de negentiende eeuw: de sociale wetenschappen zouden zo langzamerhand wel eens tot het curriculum door mogen dringen. Juist het sociale staat centraal in een puberleven. Iedere docent vindt zijn of haar vak het belangrijkst, maar de leerling moet al die vakken volgen. Een puber is prima in staat om snel keuzes te maken; we doen ons hele leven niets anders dan kiezen. Ik pleit voor eigen verantwoordelijkheid en intrinsieke motivatie.

links:


Categorieën: Emancipatie · Filosofie · Kunst · Onderwijs · hersenwetenschap
getagged: , ,