Wat ik bijzonder vind aan het boek is de dehnung in het eerste deel. De lezer kijkt in het hoofd van de majoor en volgt al zijn gedachten, veel tijd verstrijkt er niet. Ook het verloop van de de gebeurtenissen rond het meisje Lina is boeiend, maar je vraagt je soms af wie er nu aan het woord is, terwijl er bij de majoor steeds duidelijk sprake was van erlebte rede: een externe vertellende instantie spreekt namens de majoor. Bij Lina is dat ook geprobeerd, maar zij blijft een mysterie, er bestaat lichte twijfel of het vertelde werkelijk in haar hoofd af kan spelen. Haar karakter is daardoor iets minder geloofwaardig.
De eerste helft van het boek gaat voornamelijk over de majoor. Er wordt in de verleden tijd verteld. De episode waarin de majoor aan zijn einde komt, staat in de tegenwoordige tijd wat de lezer dichter tot het personage brengt. Een zielige fascist wekt bij Grunberg zo toch nog sympathie. Het deel dat om Lina draait is geheel in de tegenwoordige tijd geschreven, maar zij komt als personage eigenlijk minder tot leven. En wanneer er sprongen in de vertelde tijd gemaakt worden, neemt de afstand tot het personage toe. Het is ironisch te noemen dat Lina zichzelf dan in het verhaal letterlijk als een dode gaat beschouwen omdat ze haar overlijdensbericht in een krant vindt.
Het laatste deel werpt een blik ver vooruit en toont Lina aan het eind van haar leven. Zij blijkt van scherpschutter een succesvol wapenhandelaar geworden. Het zal voor de schrijver een belangrijke onderzoeksvraag zijn geweest: “hoe wordt een vrouw wapenhandelaar?”, zoals hij eerder onderzocht hoe lustmoordenaars en zelfmoordterroristen kunnen ontstaan… Had Grunberg dan niet met de chronologie kunnen goochelen? Ik wil bij een lineair verteld verhaal helemaal niet weten hoe het met een personage ‘verder gaat’. Zoals sommige vriendschappen verwateren of een geliefde uit je leven verdwijnt na een periode van intensief contact, zo mag ook een roman worden afgebroken, midden in het leven van een personage. Dan scheiden de wegen van lezer en karakter, het maakt de fictie alleen maar meer onderdeel van de werkelijkheid.
1 antwoord so far ↓
De pornografie van het geweld « Cultuurkritiek // 22 oktober 2008 bij 2:20 |
[...] Florentijn van Panhuis ← Onze oom recensie [...]