Cultuurkritiek

Entries from november 2008

nihilisme

25 november 2008 · 1 reactie

Wat is nihilisme? Volgens mij heeft het begrip betrekking op de moraal. De moralist dringt anderen een moraal op. Vaak is de moralist zich niet bewust van de betwistbaarheid van zijn idealen. De nihilist betwist alle idealen en kent daardoor ook geen moraal. Van belang is de verhouding van het individu tot de gemeenschap. De moralist omarmt de gemeenschap, de nihilist zet zich er tegen af. Dit is echter geen politiek, zoals bij het anarchisme.

Een anarchist verwerpt de machtsverhouding tussen een dominante bezittende klasse en een ondergeschikte groep die weinig tot niks bezit. Het anarchisme is een stroming die wortelt in het Marxisme. De autoreiten worden gezien als een verlengde van de macht van het kapitaal, dat zichzelf ermee beschermt. Door de autoriteiten te ontkennen wil de anarchist gelijkwaardigheid tot stand brengen. De anarchist gelooft in het goede in de mens en stelt dat regels er niet zijn om de slechte mens op het juiste pad te houden, maar om de bezittende klasse te beschermen tegen een eerlijke herverdeling. Socialisten hebben verwante idealen, ook zij richten zich op herverdeling, maar proberen niet de maatschappelijke orde omver te werpen. Hun doel is om binnen het systeem de armen en ondergeschikten te beschermen tegen de rijken en dominanten. Hun doel is om iedereen mee te laten profiteren van de (gezamenlijke) rijkdom. Liberalen willen ruimte creëren voor ondernemende mensen, die zichzelf (persoonlijk) willen verrijken. Het doet er voor een liberaal niet zoveel toe of mensen rijk worden op eigen kracht of over de rug van anderen. De woorden rijk, sterk, ondernemend en goed betekenen in een liberaal woordenboek allemaal hetzelfde.

Anarchisten, Socialisten en andere Marxisten; Kapitalisten en Liberalen gaan uit van het materiële bezit. Het idee van de schaarste is daarbij het leidend beginsel. De nihilist hecht geen waarde aan materie, zoals de hond Seneca in onderstaande cartoon:

1-hondemand

De hond heeft geen behoefte aan spullen. Ervaart hij materie als ledig voor de invulling van zijn bestaan? …een portemonnee raapt hij echter wel op:

2-geldisgeld

Is geld dan niet hetzelfde als materie? Welk geluk levert het verwerven van geld op? Is dit een werkelijk geluk of de ervaring van potentie tot geluk? Het geld houdt een belofte in. Met geld kan men zichzelf in een positie brengen die een geluksgevoel mogelijk maakt. Wanneer men rijk worden als levensdoel stelt, komt men niet toe aan de ontwikkeling die nodig is om het geschapen potentieel te verwezenlijken. Om geld om te zetten in geluk is een activiteit nodig, moet men een keuze maken, maar vooral kunnen ‘genieten van het moment’. Zo zal iemand die beperkte middelen heeft zich steeds afvragen of het geld wel goed besteed is. Had het geld – op andere wijze uitgegeven – mogelijk meer geluk opgeleverd? In zoverre maakt het dus niet uit of je rijk bent of een beperkte hoeveelheid geld hebt. Steeds staat de gerichtheid op de toekomst (potentieel geluk) of het verleden (alternatieve uitgaven) het geluk in de weg.

Voor mij is geluk een onthecht moment. Verleden en toekomst zijn vergeten. Het nu wordt heel even beleefd als een eeuwigheid. Achteraf realiseer je je pas dat je gelukkig was… Voor veel mensen is geluk echter een veilige en gezonde situatie, waarin de toekomst met vertrouwen tegemoet getreden kan worden. Het ontbreekt deze ‘gelukkige’ aan niets. Er zijn geen zorgen. Het verwerven van geld voelt prettig met het oog op een mogelijke toekomst. De voorwaarden voor een zorgeloos bestaan en het scheppen van de mogelijkheden worden zo verward met het eigenlijke geluk. Alsof we in onze vrije tijd (na het opbergen van de boodschappen) op de bank gaan zitten, ons in de handen wrijven en zeggen: “laat dat geluk nu maar komen!”. Vervolgens hebben we geen idee waarop we wachten en zetten we de TV aan om de verveling te verdrijven.

3-noumoe

Heinz begint het te duizelen, maar Seneca is alweer afgehaakt. Verkeert de hond in een staat van lethargie? Is het beest depressief? Het lijkt erop dat de hond niet alleen onthecht is, dat hij zelfs “nee” zegt tegen het leven. Behalve aan de uitdrukking “alles is zinloos”, zien we vooral aan zijn gezicht dat hij het moment niet werkelijk ervaart. Hoewel hij geen slaaf is van zijn behoefte, lijkt hij ook niet actief vorm of invulling te kunnen geven aan zijn leven.

4-frits

Frits is een moralist en waarschijnlijk een liberaal. Hij respecteert de autoriteiten en vindt dat bezit bij de rechtmatige eigenaar moet blijven. Heinz laat zich niet overtuigen door deze ingebakken moraal en gaat zijn eigen weg. De belofte van het geld heeft hem kortstondig bevangen.

5-hoewel

Vaak denken we dat we geld nodig hebben om in onze behoeften te kunnen voorzien. Ik geloof echter dat het geld onze behoeften creëert. Onze financiële situatie vormt het kader van onze fantasie, maar reclame kan ons prikkelen meer te willen dan we ons kunnen veroorloven. Het resultaat is dat we ons zullen inspannen meer inkomen te verwerven. Onze behoefte kan opgerekt worden en voordat we het weten zijn we een slaaf van onze eigen hebzucht geworden. Om verzadigd te blijven moeten we hard werken.

7-bedelaar

De ‘bedelaar’ is geen materiële bedelaar, maar een spirituele armoedzaaier. Als liberaal heeft hij niet geleerd om zijn leven een zinvolle invulling te geven, hij heeft steeds verstandig gehandeld, met oog op de toekomst. De hond laat zich niet misleiden door beloftes voor de toekomst, maar ook hij is niet in staat om het huidige moment werkelijk te ervaren. De hond sluit zich af van zijn omgeving. Als nihilist is hij erin geslaagd de gemene idealen van zich af te schudden, maar stelt daarvoor geen persoonlijke idealen in de plaats. Frits zit vast in de normen van de gemeenschap. Hij leeft een secundair leven, doordat hij zichzelf steeds beoordeelt vanuit een vermeend gemeenschappelijk perspectief. Hij wil graag goed zijn en dus normaal. Heinz doet waar hij zin in heeft. Het geld speelt daarbij geen wezenlijke rol. Zijn behoeftes zijn bescheiden en daarmee creëert hij een grote persoonlijke vrijheid. Hij is geen socialist of anarchist; Heinz is geen politiek wezen. Als individu is Heinz ook geen moralist of nihilist, maar een vrije geest.

Categorieën: Emancipatie · Filosofie · Marketing · Politiek · Psychologie · Sociale Verhoudingen

De porseleinkast

15 november 2008 · 1 reactie

Wat weet je van je voorouders? Waren zij zoals jij? Hadden ze dezelfde problemen, verlangens en geneugten? Wat betekent de tijd waarin je leeft voor je? Wij denken dat onze tijd wezenlijk verschilt van voorgaande periodes. Onze tijdsopvatting is lineair. De Tweede Wereldoorlog (bijvoorbeeld) maakt deel uit van onze geschiedenis… Denk je dat er onvermijdelijk een Derde komt, of hebben wij geleerd van de fouten uit het verleden? Zijn we in onze geestelijke ontwikkeling verder dan onze voorouders? Zijn wij meer bewust en wijzer?

Er zijn ook culturen die een circulair tijdsbesef hebben. Zoals het ook bij ons elke dag weer middag wordt, de zon ondergaat en opgaat, zoals ook wij ieder jaar de seizoenen zich in dezelfde volgorde zien herhalen… zo kunnen mensen geloven in een steeds wederkeren. Pas als je de jaren gaat tellen ontstaat er immers een tijdsbalk. Als je dat niet doet, dan krijg je het gevoel dat jij een soort reïncarnatie bent van je overgrootvader of -moeder. In culturen zonder jaartelling worden geboorte en overlijden gevierd met rituelen van overgang. Voorouders worden geesten en geesten worden weer nieuwe kinderen.

Wij weten dat we een unieke genetische code hebben, die is samengesteld uit die van onze ouders, die weer is samengesteld uit die van hun ouders. Hoewel je dus elementen van je voorouders met je meedraagt ben je geen kopie. Maar laten we deze wetenschappelijke kijk op de zaak eens van ons afzetten en naar de psychologie van elkaar opvolgende generaties kijken. Wat betekent het voor ons te weten dat er voor ons mensen waren en na ons mensen zullen zijn? En hoe gaan wij om met de confrontatie met deze wetenschap, die wij treffen in de nagedachtenis aan overledenen en de omgang met jongere generaties (die ons ruim zullen overleven)?

Gevestigde generaties staan in onze cultuur erg wantrouwend tegenover nieuwe generaties. Vorige generaties worden geïdealiseerd, terwijl de jeugd wordt gedemoniseerd. Een belangrijk verwijt aan het adres van de jeugd is hun gebrekkige kennis van de geschiedenis en hun schaarse gevoel voor traditie. Tegelijk is de manier waarop er omgegaan wordt met de ‘geesten’ van de vorige generaties er een van krampachtig vasthouden. De ideeën van de helden die Willem van Oranje en Frederik Hendrik waren geweest worden als breekbare porseleinen beeldjes achter slot en grendel in een vitrine bewaard. (Musea en universiteiten functioneren als porseleinkast van de geest). De jeugd mag er wel naar kijken, van een afstandje, maar er niet aankomen (we willen de boel graag de boel houden). Hitlers nagedachtenis wordt kunstmatig in leven gehouden, we doen alsof hij nog steeds actief is in onze wereld: als stand-in voor de duivel waart zijn geest over de aarde rond. Pas als we de herinnering aan helden en verschrikkers laconiek tegemoet kunnen treden, met spot en ironie of zelfs met onverschilligheid behandelen, ontstaat er ruimte in het heden voor nieuwkomers.

Het betreft hier een zeer subtiel spel, vergis je niet: ik ben een voorstander van geschiedenisonderwijs en ik ben dol op musea. Ik heb alleen moeite met de afstand die gecreëerd wordt tussen erflaters en erfgenamen. Waarom bepaalt een generatie die gearriveerd en gevestigd is hoe er met de geschiedenis omgegaan dient te worden? Door het beeld van vorige generaties niet over te geven aan het continuüm van de circulaire tijd, sluiten ze de geesten op in een ‘aardse illusie’ van lineair tijdsverloop. Historische figuren dolen als het ware rond in een tussenwereld. Als levende doden vinden zij geen rust. Als gevangen geesten zijn zij ontdaan van hun meervoudige dimensies. Door van voorouders karikaturen te maken en die bovendien in een sfeer van onaantastbaarheid te plaatsen snijden de ouderen de jeugd af van hun wortels. En dat is precies wat een historische canon doet. Waar geen ruimte is voor een dualistische visie, waar de dialoog opgeofferd wordt aan een voorgekauwde historische beleving, eindigt het geschiedenisonderwijs en begint de propaganda.

Het idee dat nieuwkomers zich moeten aanpassen is verwerpelijk, zelfs walgelijk te noemen. Of we nu uitgaan van een studentenhuis of van een natiestaat: iedereen moet zich toch constant aanpassen aan een continu veranderende omgeving. Niets is wat mij betreft heilig en niets mag eenzijdig als kwaad worden afgeschilderd. Kinderen zijn geen indringers, zij zorgen voor vernieuwing. Verandering werpt nieuw licht op oude zaken.

Inspiratie: History and play – Giorgo Agamben

Categorieën: Sociale Verhoudingen
getagged: , ,

Aforismen # 1

13 november 2008 · 1 reactie

Door jezelf af en toe tegen te spreken kun je meer waarheid bieden dan door één lijn te trekken.

Een verhaal is zo goed als zijn eind.

Er is geen regel die ons vertelt wanneer we een regel moeten toepassen. (Peter Winch, 1958)

Schaamte is de schaduw van de liefde. (P.J. Harvey, 2004)

Alle xenofobie is zelfhaat.

Een specialist kan geloven dat hij is ontsnapt aan de middelmatigheid.

Categorieën: Filosofie
getagged: , ,