De documentaire over verveling en (gebrek aan) levensvulling van Coco Schrijber werd afgelopen zondag in het LHC vertoond, en uitgeleid door een kort praatje met de regisseur en de verteller, John Malkovich. De documentaire maakte indruk, Mr. Malkovich deed dat niet. Wat was de toegevoegde waarde van een paar lijzige antwoorden op enkele halfzachte vragen? En wie was in godsnaam de vragensteller? …een of ander ziekelijk filmwetenschap-studentje?
Malkovich heeft zijn sporen als acteur verdiend en zichzelf bewezen. Hij is moeilijk te vergelijken met andere beroemde acteurs, omdat hij een heel eigen een zeer gelaagde stijl heeft. Daarvoor verdient hij ons respect. Voor de gelaagde stijl van zijn verschijning, van zijn kleding, verdient hij echter spot. Ik begrijp niet dat deze man zichzelf zo omlaag haalt. Een lullig capuchonvest onder een aftands colbertje en kleurloze broek met stupide omgeslagen pijpen moeten misschien duidelijk maken dat Malkovich een zeer innerlijk en inhoudelijk leven leidt… Maar welke inhoudelijke of innerlijke drijfveer hem ertoe bracht zich zo aan een obscuur kunstminnend publiekje in Utrecht te presenteren, blijft een raadsel.
Hoe dan ook: Coco Schrijber heeft de interesse van Malkovich blijkbaar weten te wekken en dat kun je eigenlijk alleen maar terecht noemen, want haar film mag er wezen. Het divers georiënteerde camerawerk intrigeert met visuele beelden die esthetisch verantwoord en voldoende verrassend zijn. De karakters en vergelijkingen ertussen zijn heel mooi gevonden. Het meisje dat werkt voor de gebaksproductie van de Hema staat in sterk contrast met de jonge moordenares die op een saaie maandag voor opschudding wilde zorgen. Deze twee vrouwen leveren de vorming van de wrang-vrolijke titel: Bloody Mondays & Strawberry Pies. Verder is er nog een vrouwelijke spionne uit WOII, op hoogbejaarde leeftijd door Schrijber opgezocht, die veel te weinig in beeld komt. Haar verhaal wordt heel even aangeraakt: zij was een mooie en verleidelijke vrouw, die in de oorlog een opwindende tijd heeft meegemaakt. Nu is zij zo oud dat ze het contact met de realiteit kwijt is geraakt, maar in welke realiteit leefde zij in haar gloriejaren eigenlijk? Jammer dat we niet meer van haar zien. Ook de eerder genoemde lusteloze moordenares krijgt weinig tijd. Zij beheerst begin en eind van de docu, maar schittert in het overgrote middendeel door afwezigheid. Veel meer aandacht gaat uit naar de kritiek op de levensvulling van asociale shoarmavretende volksjongens en de werkpaarden inclusief oogkleppen van Wallstreet. Deze totaal vervreemde stockbrokers zijn intrigerend, vooral in het contrast met de woestijngast, met zijn falend geheugen voor dag en datum. Schrijber is in dit soort contrasten op haar sterkst; de betekenis van het woord ‘stress’ voorziet zij ermee van de meest uiteenlopende dimensies.
De enige die niet direct in contrast met anderen geplaatst wordt, is de Poolse kunstenaar die ‘de tijd schildert’. Dit doet hij door al 42 jaar met zijn penseel te tellen. Hij schildert een oplopende getallenreeks. Dit karakter is interessant, maar we kijken niet naar een documentaire over hem, al dient hij misschien als personificatie van de geësthetiseerde verveling als levensvulling, die Schrijber propageert. Het zou mooier geweest zijn als dit sleutelfiguur minder duidelijk naar voren was geschoven. Het zou mooier geweest zijn als de individuele kijker (nog) meer ruimte had gekregen om een eigen koppeling tussen de beelden, eigen associaties en conclusies te maken.
Mijn conclusie: BM&SP is een film met het hoogste bestaansrecht, goed gemaakt en intrigerend verteld, met als enig mankement de scheve balans tussen de geportretteerde karakters. Sommigen hadden er zelfs helemaal uit gekund, waardoor voor anderen meer ruimte was geweest.
Interview met Coco Schrijber over haar film