Reactie op “Het dictaat van de zelfverbetering” door Frits de Lange

Een belangwekkend artikel, dat vraagt om een reactie:

“Achter de liberale flirt met de ondernemer als rolmodel, die sinds begin jaren negentig opgeld doet, ligt de oermythe van de moderne cultuur: het Zelf dat uit het Niets zichzelf tot een soeverein individu schept”. The American Dream, met andere woorden. Maar dit is een zeer 1-dimensionale opvatting van het begrip “soeverein individu”. Gaat het (bij Nietzsche) niet juist om individuele emanciaptie, om loskomen van de idealen van het collectief? Streven naar gemakkelijk meetbaar succes, uiterlijk af te lezen aan de status van een woonadres en beroep, de waarde van kleding, auto en huis, de hoogte van het loonstrookje: de koopkracht, leidt inderdaad tot een ratrace met slechts spirituele verliezers. Echter het werkelijk geëmancipeerde individu leeft volgens intrinsieke idealen.

“Doorgaans laten we onze zelfwaardering  sterk afhangen van wat we in de ogen van anderen waard zijn – bang voor hun oordeel. ’Statusangst’, noemt de Britse schrijver Alain de Botton dat. Maar zelfs als ons door anderen niets dan lof toe wordt gezwaaid, dan nog zijn we ongelukkig met onszelf. Meer nog dan in de veeleisende ogen van anderen, bestaan we in de oneindig ontevreden ogen van onszelf”.We beoordelen onszelf bijna nooit direct. We zien onszelf door de ogen van anderen, hoe wij denken dat zij ons zien, hoe wij willen dat zij ons zien. Als we in staat zouden zijn om ons direct tot onszelf te verhouden, zouden we ons dan druk maken of we middelmatig waren?

“Het feit dat ieder zelf verantwoordelijk is om zichzelf tot iemand te maken die in de ogen van anderen en van zichzelf iets voorstelt, is misschien wel de depressogene factor bij uitstek”. Dat betekent niet dat het probleem erin zit dat ieder zelf zich tot iemand wil maken die iets voorstelt. Het probleem zit erin hoe er beoordeeld wordt wat men voorstelt.

“De losers zijn zij die bezwijken onder de pressie zichzelf te worden. Zij vormen het groeiende leger dat noodgedwongen een beroep doet op de geestelijke gezondheidszorg. De GGZ als de schaduweconomie van de performancecultuur”. Geeft de schrijver hier blijk van ironie of zelfs sarcasme? Het lijkt er vooral op dat de probleemgevallen die geen voldoende sociaal vangnet hebben een beroep moeten doen op de GGz. Het is niet zo dat het de schuld van de opdracht tot zelfontplooiing is dat sommigen dit niet lukt. Ieder kan dit naar eigen vermogen en aanleg doen. Steun van een sociale omgeving is daarbij onontbeerlijk. Een houding waarin het zelf tegen de omgeving wordt afgezet in een constante vergelijking en competitie is niet waar ik op doel. Een omgeving waarin ieder individu een eigen weg bewandelt met een doel dat intrinsiek gekozen is en zich toch loyaal aan anderen heeft weten te binden, geeft kracht en inspiratie. Het is geen oplossing om terug te deinzen voor de opdracht zichzelf te worden – het gaat erom dit op eigen voorwaarden en onder vrij gekozen omstandigheden te doen. Het gaat erom weerstand te bieden aan oneigenlijke verlokkingen als geld, luxe en status. Individuele emancipatie is niet afzondering, maar communicatie vanuit een eigen perspectief.

“Depressies vandaag, aldus Dehue, kun je definiëren als ’het antoniem van ondernemingslust’, het flagrante echec van persoonlijke productiviteit. Depressie is het falen van de wil, die het niet langer kan opbrengen nog te willen. Het is de pathologie van een samenleving waarin de norm niet meer door schuld en discipline, maar door eigen verantwoordelijkheid en initiatief wordt gesteld”. Prachtige zinnen, maar ik krijg niet het idee dat er kritiek uit spreekt op het ideaal van de presterende mens. Betreurt de schrijver deze verschuiving en stelt hij voor ons hier (individueel) tegen te verzetten, of beschouwt hij deze als gegeven?

De schrijver beweert: “Het moderne individu lijdt, niet aan een kwaal maar aan het leven”, maar zegt ook: “de cultuurkritiek van filosofen als Philip Rieff en Frank Furedi –  dat we doetjes en watjes zijn geworden in een softe welvaartsmaatschappij, zodat we bij de minste tegenslag het leven niet meer aankunnen en neerslachtig naar de dokter gaan –  is onbevredigend. De depressie kwam juist op toen de verzorgingsstaat op zijn retour ging. De samenleving wordt alleen maar harder en dwingt mensen om weerbaarder te worden. Depressie is geen aanstellerij”. Maar een maatschappij waarin de welvaart dusdanig is gestegen dat we ons niet hoeven in te spannen om te overleven, geeft ons ruim tijd om over de zin van het leven na te denken. “Lijden aan de kwaal van het leven” lijkt door de schrijver voorgesteld te worden als een algemeen lot, maar doet mij denken een persoonlijke en existentiële crisis. Misschien een decadent verschijnsel. Het lijkt mij belachelijk om te doen alsof het begrijpelijk is dat men niets heeft om voor te leven. Hoewel ik mij voor kan stellen dat er weinig over blijft, als men de opdracht jezelf te worden verwerpt.

Ik begrijp best dat depressie in een individueel geval geen aanstellerij is. Echter wanneer er inderdaad op cultureel niveau naar dit probleem gekeken wordt, lijkt een “schop onder onze hol” nog lang niet zo’n onbevredigend idee. Ik bedoel dat we bewust strenger voor onszelf mogen zijn, niet om nog harder te rennen in de ratrace, maar om onszelf regelmatig te dwingen te stoppen en te reflecteren op waar we mee bezig zijn. Ik zie een depressie als het besef dat men op een dood spoor is gekomen, waar iedere lust weer om te keren ontbreekt.

“Nietzsche riep de twintigste-eeuwer op om na de dood van God het heft van zijn bestaan in eigen hand te nemen. ’De dood van God’ stond bij hem voor de afrekening met de illusie van een morele wereldorde, waarin de zin van ons leven zou zijn voorgegeven. De zin van het leven is niet een zaak van ontdekken, maar van scheppen. Rondom het lege midden van het Niets moeten we ons heroïsch een robuuste identiteit construeren. Maar het moderne ik blijkt in werkelijkheid weinig om het lijf te hebben. Het is een kaartenhuis boven de afgrond. Weer ironie. Het is waarschijnlijk ook zo dat sommigen, vanuit een onrealistisch zelfbeeld en angst voor middelmatigheid, veel te hoog gespannen verwachtingen van zichzelf hebben, verwachtingen die zij niet waar kunnen maken. Maar betekent dit dat we ironisch moeten gaan doen over de poging het beste in jezelf boven te halen?

(De opbouw van het betoog van de schrijver vertoont overeenstemming met betogingen van hedendaagse wetenschappers die hebben gevonden dat de vrije wil niet bestaat. Alles lijkt gericht op een legitimering van een houding van laissez-faire. Hoge eisen stellen aan jezelf leidt tot teleurstelling en we hebben sowieso geen vrije wil, dus als je al iets bereikt, dan kun je daar niet trots op zijn. Zijn de betogers soms zo moe geworden van zichzelf en hun ambitie dat ze zoeken naar een uitweg?)

Mensen met een depressie ontdekken aan den lijve wat het betekent om te leven onder deze condities. Zij verdienen het niet weggezet te worden als patiënt of loser, integendeel. Het zijn gidsen in het nihilistisch universum. Het zijn zieners, die door welke reden dan ook door het flinterdunne ijs gezakt zijn waarop we allemaal schaatsen”. Het gaat mij veel te ver om depressievelingen als zieners te typeren. Alsof de anderen (als in de film “the Matrix”) zichzelf een schijnwerkelijkheid laten voorspiegelen! Alsof het belachelijk is dat je überhaupt op het ijs probeert te schaatsen! Wie zegt er dat dit ijs flinterdun is? Weten we dit doordat sommigen niet goed uitgekeken hebben en in een wak gepleurd zijn, betekent dit dat het ijs niet deugt…?

De Schrijver concludeert niet dat we in een decadente maatschappij leven. Gelukkig claimt hij wel dat het in een mensenleven moet gaan om een persoonlijk project, waarbij je jezelf ontstijgt, en om verbinding, gehechtheid aan anderen. Zo ontsnapt hij ternauwernood aan het nihilisme.

Scheppen en Liefhebben, dat waren evengoed voor Nietzsche de enige twee grootheden die er toe deden in zijn leven. Tragisch genoeg is het hem nooit gelukt een ander lief te hebben. Uiteindelijk heeft hij al zijn liefde op zichzelf geprojecteerd – wat hij wel baseerde op zijn grote zelfdiscipline en scheppende vermogen.

Geef een reactie

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s