Categoriewolk
Categorie archief: Religie
De Gouden Regel
De kerstgedachte: heb jij jouw goede daad al gedaan? Zijn we allemaal uit vrije wil en met overvloedend hart op de altruïstische toer..? Het is misschien voor sommigen wat veel gevraagd. Laten we minder ambitieus zijn en in ieder geval proberen onze naasten geen kwaad te doen. (Er wordt al zoveel ruzie gemaakt rond de kerst). “Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doet dat ook een ander niet”. Wat betekent dat voor jou? En vooral: wie is dan die ander?
Cultuurkritiek op kerstavond: een klein beetje pastorale zorg.
Nietzsche stelt dat het uitgangspunt van de gouden regel is, dat iedere slechte actie vergelding afroept. Hij vindt het niet fatsoenlijk om bang te zijn dat je van een slechte daad uiteindelijk zelf de dupe wordt. “wie een kuil graaft voor een ander…”. Nietzsche vindt het juist fatsoenlijk om onverschillig te zijn voor de gevolgen die je acties voor jezelf kunnen hebben.
De Gouden Regel is volgens Nietzsche erg geschikt om mensen van elkaar te onderscheiden. Zij die haar aanhangen zijn kuddedieren (christenen). Zij vinden namelijk dat iedereen gelijk is. Want pas dan zou de regel van toepassing zijn. Volgens Nietzsche is de gouden regel het tegenovergestelde van “Qoud licet Iovi, non licet bovi” – Wat Jupiter geoorloofd is, mag een rund nog niet. Voor de christelijke god zijn alle mensen gelijk, daarom moet je anderen goed behandelen en jezelf niets veroorloven wat anderen ook niet mogen. Nietzsche vindt dat er mensen zijn die meer in hun mars hebben, meer teweeg kunnen brengen; tot grotere daden in staat. Deze helden en halfgoden mogen door het gepeupel niet voor de voeten gelopen worden. Tegenstanders moeten doelbewust worden vertrapt, ook als regels daarbij met voeten worden getreden. We mogen niet klagen als een onschuldig ‘schaap’ daarbij onder de voet wordt gelopen (dan had het maar geen schaap moeten zijn). Het is een verfrissende kijk en er valt veel voor te zeggen.

Ik geloof echter niet dat De Gouden Regel zo normatief en nivellerend werkt als Nietzsche voorwendt. Ik denk dat iedereen De Regel subjectief toe kan passen. Dan gaat hij over consequent en niet hypocriet zijn. Een mens mag niet met twee maten meten, dient er geen dubbele moraal op na te houden en moet niet van twee walletjes willen eten. Dat is wat we ermee willen zeggen. Daarvoor hoef je jezelf niet gelijk te schakelen aan anderen. Ik verwacht van andere jongens niet dat ze mijn vriendin met rust laten: “may the best man win”. Nietzsche ziet ongetwijfeld in het gebod dat ‘gij de vrouw van uw buurman niet zult versieren ende verleiden’ een verwerpelijke bescherming van de zwakkere partij door een collectieve moraal. Ik ben het daarmee eens. Mijn toepassing van de gouden regel strekt dan ook niet zover dat ik anderen geen eerlijke competitie gun. Met open vizier een vrouw versieren, die al een partner heeft: dat kun je proberen. Het is aan haar om een keuze te maken. Voor mij houdt de gouden regel geen bescherming van zwakkeren in, maar vraagt het een individu om consequent en niet hypocriet te zijn. Iemand die het vreselijk vindt als anderen met de eigen partner flirten, moet ook zelf het flirten opgeven. Een automobilist die zich ergert aan fietsers die door rood rijden en aan bumperklevers, moet zich zelf ook aan de verkeersregels houden. Omgekeerd: ik houd mij niet aan die regels en kan het leuk vinden om te flirten, dan kan ik de mensen die zich mijn gelijken betuigen door ditzelfde gedrag te vertonen er niet om veroordelen. Maar een bewust en denkend mens gaat verder dan dat. Ik zou bijvoorbeeld zelf nooit varkens in kleine hokjes stoppen en hormonen toedienen en ze op gemene wijze castreren en slachten. Dan moet ik er ook niet aan meewerken dat dit gebeurt, door de producten die hiervan afkomstig zijn te consumeren. “Wat gij zelf niet bereid bent te doen, verlang dat ook van and’ren niet” impliceert dus de gouden regel.
Frans de Waal laat heel mooi zien dat altruïsme een op zichzelf staande eigenschap is. Angst voor vergelding is daarbij niet direct aanwezig. Apen en mensen leven in groepen. Asociaal gedrag is slecht voor het groepsbelang. Als een lid voedsel heeft gescoord, dan heeft het de eerste rechten: recht op het lekkerste stukje, maar ook recht om het te verdelen. Houdt een individu alles voor zichzelf dan zal de groep dit gedrag misschien vergelden, maar misschien ook niet. Pakt een sterker individu een ander voedsel af, dan zal de groep dit misschien vergelden, maar misschien ook niet. Eigenschappen als vrijgevigheid en bescheidenheid zullen de positie van het individu binnen de groep in ieder geval versterken. Eigenschappen als gierigheid en hebberigheid zullen de positie binnen de groep veelal verzwakken. Deze eigenschappen zijn zelfs voor het sterkste individu binnen een groep schadelijk, omdat het de macht ondermijnt. Het is dan ook onzin om te zeggen dat asociaal en immoreel gedrag natuurlijk is en dat we leren om te delen en niet te stelen. De evolutie heeft de bescheidenheid net zo goed begunstigd als de hebberigheid. Aangeboren verschillen zorgen zowel bij apen, als bij mensen voor differentiatie in rollen binnen het groepsleven. Ook bij ons zijn er sterken en zwakken; maar ook meer en minder empathische individuen. Nog steeds profiteren sommigen van anderen. “Some are more equal than others”, maar alles binnen de juiste proporties en de gemeenschap bepaalt wat een individu zich – naar gelang zijn status – kan permitteren. Nietzsche slaat de spijker op zijn kop als hij stelt dat mensen niet gelijk zijn. Hij doet de vrijgevigheid en bescheidenheid echter te kort als christelijke constructies. Ook die eigenschappen zijn evolutionair bepaald. Het is dus zo dat mogelijke vergelding een rol gespeeld heeft bij de evolutie van de neiging tot altruïsme. Het gaat echter in de praktijk binnen de groep meer om precaire machtsverhouding en loyaliteiten dan om angst voor directe vergelding. Rekening houden met anderen binnen de groep kan zich manifesteren ongeacht status. Deze neiging is intussen een op zichzelf bestaande kracht die de kwaliteit van leven en partnerkeuze beïnvloedt. Iemand kan kortom ook wel eens ‘gewoon aardig’ zijn (mits er geen sprake is van openlijke of latente rivaliteit).
De Gouden Regel eerbiedigt nog steeds de grenzen van de groep. In de natuurlijke strijd om het bestaan worden tegenstanders zoveel mogelijk uit de weg geruimd. Mensen vertonen begrijpelijkerwijs meestal slechts moreel gedrag naar groepsgenoten, maar aangeboren altruïsme kan zich ook uiten in empathie naar de ander. Zo was er eens een aap begaan met het lot van een vogel. De aap begreep dat de vogel wilde vliegen en hielp het arme beestje te herstellen, toen bleek dat het de vleugels tijdelijk niet kon gebruiken*.
Het belangrijkste van zijn kritiek op De Gouden Regel, is dat Nietzsche onderscheid maakt (niet tussen standen, rassen of volkeren) maar wel tussen kuddedieren en übermenschen. De übermensch moet strijden tegen valse profeten, apostels en ander gespuis. Strijdende partijen behoren niet tot dezelfde groep en dus is er ook geen sprake van een dubbele moraal, wanneer tegenstanders elkaar de koppen inslaan. Alleen wanneer groepsgenoten onderling elkaar erbij naaien is er sprake van verwerpelijk gedrag. Daarover zijn Nietzsche, de apen en ik het met elkaar eens. Met dank aan Frans de Waal.
Een zalig kerstfeest… Probeer de grenzen van jouw groep niet te nauw te nemen, wees eens empathisch naar een vreemdeling en weet wat je eet! (maar dit geldt eigenlijk ook voor de rest van het jaar…)
*Frans de Waal ‘De Aap in Ons’
Geplaatst in Filosofie, Politiek, Psychologie, Religie, Sociale Verhoudingen, Voeding
About Art (first draft)
High art and low art do not exist. Although art can be exclusive and difficult to access, whereas other art will be more inclusive and easier to get access to, this is no cultural difference of ‘high’ and ‘low’. Different accessibility only is difference in amount of dimensions and universality of subjectmatter. Some art might speak to the few, while other art resonances with a massive audience. However, the members of the public will always have to invest to have an artistic experience. The spectator must actively construct his or her own experience or must at least loosen their bindings with (collective) ‘reality’ and embrace an alternative (individual) reality. In general an artistic experience will include emotional, rational and associative aspects. Art is like science a means to comprehend reality, to find truth. Science aims for objective truth, but will only accomplish intersubjectivity, like art historians and art critics. Artists and the public can accomplish higher truth: purely subjective truth. The biggest difference between art and science is that science only has basis in the intellectual understanding, whereas art makes use of all kinds of human faculties and has its basis in the intuition or instinct. Artistic experience can be a mostly rational experience or a more dreamlike and associative experience. When an art experience is a rather rational one, there at least will be an alteration in ratio or a different conclusion following the ‘facts’. Confirmation of what we already know is not art.
The broad way of looking at art that derives from cultural relativism has little to do with art philosophy. Rather it is necessary to differentiate between culture and art. I will therefore strictly divide entertainment from art. The main route I will take to do so is the one of psychology. I will debate that entertainment serves a collective purpose of entertaining in a group, whereas art serves a individual and subjective experience. One might think of the difference between religion and spirituality. Religion serves as a body of rules and customs which make up a community that differs from other communities. Entertainment and culture also function as means to differentiate between individuals as members (or nonmembers) of groups. Even when someone deliberately does not follow cultural proscriptions, this ‘act of independence’ serves to maintain a relation to the group. Spirituality only serves an intrinsic purpose. A person wishes to leave their earthly boundaries, to find inner peace and meaningful quietness. Meditation is emptiness of the mind, this is different from the meaningful quietness a spiritual person aspires to.
Fromm concludes in his work ‘Escape from freedom’ that the collective is always oppressive and the only ways to stay true to oneself are via true love (I will not go into this one…) and via spontaneous creation. With ‘spontaneous’ he means out of free will.
Now we have to define artistic creation and other creation. Artistic creation springs from what Nietzsche calls instinct, Freud’s subconscious. Also one could use the term intuition. All are opposed to ratio. Rational creation is not artistic creation. Rational art does not exist.
With what we call postmodernism art and art critique are mixed up. Warhol created not art but art critique. His imagery can be understood by members of the public merely as popular. In this way they are entertainment. The deeper meaning of his work is criticizing the art world for being too exclusive. Not by making accessible art, but by posing entertainment as art. This goes for the whole of the pop art movement.
Art and culture are different things. Culture exists of what binds a group of people. Art can be part of culture in this sense, but is only truly art when every spectator has his own subjective experience. Art that is consumed by culture in a way that it poses a dominant reading, is psychologically not true art. A collective experience can not be an artistic experience. On this fundament I will construct my theory of art. I will oppose Art to entertainment. Entertainment makes use of formulae that are dependant on culture and thus collective. People search diversion in entertainment, without letting go of collective reality, without letting go of themselves. Art is letting go of oneself and reaching for alternatives for collective reality. Art is pure subjectivity. Senses become more important that ratio.
“I may be affected by a theatrical exhibition, I may not be affected by an actual event wich appears to concern me much more” writes Henry David Thoreau (Walden, 1854). Artistic experience can be more intense than real-life experience and in this way even more real to the subject.
I posed that art has no part in (collective) culture. Therefore ‘high’ or ‘low’ art does not exist. Off course one can differentiate between different social classes, these groups will have their cultural differences, maybe even more so than financial differences. Nouveau riche people tend to have culturally more in common with working class people, they only have more money. They will wear more expensive clothes, but not classical clothing. They will pay 300,- euros for a pair of jeans, whereas upper class folks who do not have much money in their family left, will be likely to spend the same amount of cash on a suit. The same goes with cars, houses etcetera. You might rather call this differences in style or fashion, but we will see there’s a common accepted dominant style. This style is classical and we call it high culture.
So we see that, as Bourdieu teaches us, there are different ways in which one can be ‘rich’. One can have a lot of money, one can have education and Bildung (the privilege of belonging to the culturally dominant group) and one can be in the possession of al lot of respectable friendships and a network of acquaintances. So there are different types of Kapital: financial, cultural and social. These commodities used to be reserved for one group only and be combined in a single person, a member of the elite. But in our postmodern age one can be a member of a cultural elite without having any money or be a member of a financial elite without the knowledge and customs that are recognized as highly cultural.
The customs of a certain group of people, let’s call them the cultural elite, include a lot of attention (investing time, energy and money) to the arts. Members of the cultural elite value artistic experience above collective experience. Artistic experience is also valued above personal and more or less instinctive experiences, like competing or winning and getting things or money in possession.
Now that we have seen that not only money, but also culture can be seen as power, we can understand that in the postmodern mix-up a broad perspective on culture has arisen and moreover cultural relativism. When people with ‘bad taste’ have come to make a financial fortune, they will not be pleased when culturally excluded. So now rich people can lay claim to a ‘different’ taste rather than to have to suffer of having ‘bad taste’. In this light we must understand Rancière’s notion that politics and aesthetics are essentially the same. Both are ways of creating discourse. By defining the way we look at and talk about things, one exercises power.
But we must differentiate between art and culture. Aesthetics can serve to protect the power of the few, also they can generate new discourse and help emancipate people. I would like to propose to call creative outings that speak to people as members of a group not artistic but cultural. With Rancière the psychological difference between individually experienced art and culturally experienced aesthetics might not be relevant, because he is interested in discourse, which is always intersubjective, a collective interplay of individual experiences. Emancipation of groups happens trough emancipation of individuals, in which art can play a (decisive) role. In this respect artistic experience is interesting as a source of input. However, I do not primarily want to talk about the social consequences of an individual artistic experience. I want to differentiate the individual experience from the collective one.
The interplay of individual experiences which lead to collective experience is not what I mean by collectively induced experience. For Example: A soccer match is not art. The purpose of watching a match is taking part in a collective experience. Also a royal wedding or national holiday are collective experiences. But what about watching a film or reading a book? Although seated in a theatre with a group of people, watching a film can be an individual experience. The relation with the creator(s) of the film is more important then the relation with the other spectators in this aspect. Hollywood movies are aspecific and composed along the lines of formulae. Sometimes five scriptwriters cooperate and often the director has to compromise with powerful producers. these characteristics make it impossible to have a personal and subjective experience. The hollywood movie has only one dimension and all the spectators are coerced in a singular reading. Someone like Stanley Kubrick managed to keep al strings attached and make an artwork of his own. That is an exception.
When reading a spontaneous novel that hasn’t been tempered with (too much) by editors, one will probably have an individual experience. Every reader constructs his or her own story. This is made possible by every subconscious aspect the author has put into his work. The story becomes multi interpretable when it has different dimensions and makes association possible. When a book is being published to please a crowd, the reading experience will be less multi-interpretable and the reader will be coerced into a collective experience. That’s the difference between art and entertainment.
Some books or films are new and attractive in different ways and produce a wide audience. Only when different experiences are possible, can we speak of a work of art. This might be an easily accessible work of art (all the better!), suited for a wide and diverse public, but still a work of art. Other works of art only speak to an experienced public that have defined their taste. These works of art are not ‘high art’ but rather exclusive art.
Probably the difference between what is regarded as ‘good’ and ‘bad’ taste is only dominance and collective acceptance of the dominant taste. Morals also play a big part in dividing ‘good’ and ‘bad’ taste. Changes in what is collectively regarded as good taste will occur only in accordance with the very thick and syrupy streaming substance this fashion of accepted ‘good taste’ is made of.
Geplaatst in Emancipatie, Filosofie, Kunst, Religie, Sociale Verhoudingen
De sociaaldemocratische zelfbevrediging
“Minder ontwikkelde landen” zijn achterlijk, de sociale voorzieningen zijn daar niet geregeld zoals zou moeten; zoals bij ons. De mensen zijn daar niet geëmancipeerd. Het zijn slaven van hun godsdienst en van hun eigen sociale controle. Een mens mag geen slaaf zijn, moet beschermd worden en kind kunnen zijn. Het werken moet spelen zijn, geen hard of eentonig werk, maar leuk werk waarin men zich kan ontplooien. In de vrije tijd doen we nog meer leuke dingen. Het Westerse leven in een democratische verzorgingsstaat is een leven van leuke dingen doen. Onze maatschappij is geen samenleving maar een langs-elkaar-heen-leving. Onze maatschappij is narcistisch en is gepreoccupeerd met zelfbevrediging. Masturbatie is echter niet vruchtbaar en levert geen nageslacht op.
De mens is na een kindertijd van 25 jaar zo gewend geraakt aan een leven waarin de rijkdommen voor persoonlijk plezier kunnen worden aangewend en er slechts verantwoordelijkheid voor de eigen persoon is, dat kinderen krijgen niet vanzelfsprekend meer is. Kinderen krijgen betekent anderen vóór jezelf laten gaan. Verantwoordelijkheid, dienstbaarheid en financiële offers zijn nodig. Als mensen toch voor nageslacht zorgen, dan willen zij niet dat dat van hun eigen speeltijd afgaat: het opvoeden van de kinderen, dat moet de samenleving doen. Er is daarvoor de zwaar gesubsidieerde crèche, primair en secundair onderwijs. Met torenhoge belasting kopen we onze verantwoordelijkheden af.
Het individu in onze samenleving wil zo veel mogelijk rechten, zo min mogelijk plichten. De maatschappij is maakbaar en de overheid verantwoordelijk voor de burger. Na 25 jaar kindertijd worden we nooit meer helemaal volwassen. Alles wordt voor ons geregeld en als het niet perfect loopt, dan gaan we zeiken. Over files, openbaar vervoer dat niet op tijd rijdt, slecht onderwijs, vandalisme.
Als je “oud en grijs” bent, doe je geen beroep op je eigen kinderen (als je die hebt), maar op de maatschappij. Terwijl je nog gemakkelijk geld zou kunnen verdienen, je bent in de kracht van je leven. De pensioensgerechtigde leeftijd is echter bereikt, er hoeft nu niet meer zelf gespeeld te worden. Als gepensioneerde ben je voor de rest van je leven supporter geworden. Een hoop universele wijsheid en beroepsgerichte know-how neem je mee buiten de lijnen van het speelveld. Je gaat de professionele spelers nu ‘aanmoedigen’. De kennis en know-how worden niet constructief maar kritisch ingezet.
Wij vinden dat we geëmancipeerd zijn in onze moderne westerse samenleving, maar een verzorgingsstaat is een afhankelijk collectief. We hebben de mogelijkheid gecreëerd tot onafhankelijkheid, maar maken daar geen gebruik van. Emancipatie is niet; zoveel mogelijk doen waar je zin in hebt; lang kind blijven, snel weer je hand ophouden; de professionele periode een spel met duidelijke regels en doelen (winst). Emancipatie is jezelf losmaken van de geijkte paden, out of the box denken, onafhankelijk zijn. Geestelijk onafhankelijk, maar ook financieel onafhankelijk.
Geplaatst in Emancipatie, Onderwijs, Politiek, Religie, Sociale Verhoudingen
Overbevolking op de Olympos
Hoewel veel mensen niet meer in God geloven, geloven zij wel “dat er iets is”. Hiermee bedoelen zij dan een hogere macht. Er zijn ook mensen die niet in een hogere macht geloven. Zij zijn atheïst. Maar wanneer een atheïst zichzelf en zijn soortgenoten als wezenlijk anders ziet dan ‘de dieren’ is er geen sprake van atheïsme maar veel eerder van autotheïsme.
Ik bedoel hiermee niet de christelijke geloofsstroming die de Zoon van God als een autonome godheid ziet, maar het verheffen van het zelf tot godheid. Waarom zou een mens een aparte categorie vormen ten opzichte van ‘de dieren’? Moeten we apen en regenwormen, krokodillen en plankton, olifanten en muggen op een hoop gooien en zeggen: “die horen in een dierentuin, daar horen wij niet bij”? Is de wereld niets anders dan een grote dierentuin?
Wij mensen stellen vaak de vraag: “hoe onderscheidt de mens zich van de dieren?”. We stellen minder vaak de vraag “in hoeverre verschilt de mens van andere diersoorten?”. Darwin zou deze laatste vraag stellen. De eerste vraag getuigt van een religieus wereldbeeld. Denk aan het verhaal van Adam en Eva, die de dieren hun namen geven en door God geschapen zijn om over de natuur te heersen.
Albrecht Dürer (1504) Adam en Eva
Wanneer de mens zijn eigen god is, is streven naar apotheose een logisch gevolg. Men wil zich onderscheiden van de medemens door het vergaren van aanzien en roem. Een god dient aanbeden te worden.
Kan de mensheid als geheel, als soort zou ik willen zeggen, verheven zijn boven de natuur? De apotheose van de mens bestaat bij de gratie van onderdanen. Als alle mensen goden zijn, kunnen zij niet tegelijk ook onderdanen zijn. De dieren zijn dus onze onderdanen. Dit levert twee problemen op:
1. Maar heel weinig dieren zijn in staat om de rol van onderdaan te vervullen. Alleen een hond kan zijn baasje toejuichen. Aanzien en roem ten opzichte van de dieren moet dan als iets abstracts worden voorgesteld. Hoe?
2. Het concept van mensen als goden en dieren als onderdanen doet geen recht aan de individuele kenmerken van dieren en mensen. De innerlijke beleving van een zeer zwak begaafd mens, een idioot, staat misschien wel dichter bij die van een gorilla of die van een chimpansee dan bij de geesteswereld van een wereldwijd gevierde filosoof. In ieder geval is zowel de emotionele als de intellectuele beleving van beide apen meer gelijk aan die van een (domme) mens, dan aan die van een kikker. En een kikker lijkt op zijn beurt weer meer op de mens dan op een garnaal, of niet?
Voor meer en beter: “The Life of Animals” van J.M. Coetzee
Geplaatst in Filosofie, Religie, Sociale Verhoudingen
Het goede leven
Overal ter wereld heerst flinke toename van vetzucht en diabetes. Wanneer de welvaart stijgt, stijgt ook de inname van vet en zoet voedsel. Hier ligt een idee aan ten grondslag. Dit idee van welvaart, of de illusie van ‘het goede leven’, is cultureel bepaald. De auto, de tv, het eten van veel vlees en drinken van alcohol vormen de kern van deze collectieve waan. De geschiedenis van de mensheid laat een onafgebroken beweging naar verzadiging zien. De menselijke soort heeft er steeds naar gestreefd om met zo min mogelijk inspanning zoveel mogelijk voedsel te vergaren…
Jagers en verzamelaars aten wel 100 verschillende planten, heel veel vis en zeevruchten en af en toe vlees. Noten en vruchten vormden een belangrijk onderdeel van hun dieet. Daarnaast waren ze de gehele dag lichamelijk bezig om hun voedsel te vergaren. De gemiddelde lengte van mannen in deze prehistorische periode was 1,80 meter. Aan de botten die we hebben gevonden, kunnen we zien dat men in die tijd geen perioden van honger kende, die de lengtegroei belemmerden (Prof. dr. Lucas Reijnders).
De verandering die de uitvinding en cultivering van de landbouw teweeg bracht, had een uitwerking op deze aanvankelijk gunstige lichamelijke status. De voeding werd eenzijdig, de lichaamsbeweging daalde. En bovendien; door mislukte oogst kende men nu wel periodes van honger en groeibelemmering. De gemiddelde lengte gedurende de middeleeuwen was voor de man slechts 1,70 meter.
De industrialisatie en technologisering van de voedselproductie zorgde voor een verdere verschuiving. Lichamelijke arbeid werd overbodig, waardoor het aantal calorieën dat de gemiddelde mens nodig heeft is gedaald. De inname is echter gestegen. Een voorkeur voor zoet en vet eten prevaleert. Vanaf de Tweede Wereldoorlog kent men in het Westen geen voedseltekorten, maar nog slechts overschotten. De opkomst van de frisdrank (water met suiker) is een feit en de porties worden steeds groter.
water met suiker
Luilekkerland
Het streven naar verzadiging heeft geleid tot oververzadiging. We leven nu in een soort Luilekkerland. Terwijl in vroeger tijden slechts de rijke elite het zich kon veroorloven om zich vol te proppen, is dit nu voor iedereen weggelegd. Nu zien we een omkering: de laagste sociale en financiële klasse kampt met de hoogste percentages vetzucht. De elite begint te leren met mate en gericht op kwaliteit in plaats van kwantiteit van voedsel te genieten. Het is weer tijd voor het klassieke motto “Mens sane in corpore sano”. Een gezonde geest in een gezond lichaam. We nemen de trap en eten een gevarieerd dieet. We koken zelf en gebruiken verse ingrediënten. We proberen minder dierlijke producten te eten en dan het liefst biologisch. We doen dit omdat we niet dik willen zijn. Dik is ongezond en ongezond is niet aantrekkelijk. Mensen uit lagere milieus denken helaas echter nog vaak dat hun vette ventjes en mollige meisjes een gezond gewicht hebben. Voor zover zij überhaupt denken, want mindless consuming lijkt hun vrijetijdsvulling. De minder ontwikkelde medemens is dan ook een gewillig slachtoffer voor de commercie. Moeten we deze mensen niet tegen zichzelf beschermen en beginnen met het verbieden van de kiloknallers*?
De gevolgen van ongezonde en vooral eenzijdige voeding strekken verder dan de lichamelijke gezondheid en de nadelige financiële gevolgen voor de maatschappij waarin wij leven (diabetes is een van de duurste ziekten). Het eten van een kiwi die uit Nieuw Zeeland is aangevlogen mag voor het lichaam van de gebruiker goed zijn, dat is het niet voor moeder aarde, zoals wij haar graag zien. We zouden er dan ook beter aan doen streekproducten te eten. Of in ieder geval producten uit ons eigen werelddeel… Hoewel er in dit werelddeel overigens consensus bestaat over wat gezond eten is, corresponderen de EU subsidies voor landbouw en veeteelt hier totaal niet mee! (Prof. dr. ir. Jaap Seidell). De politiek volgt dus de behoefte in plaats van deze financieel te faciliteren zich in de juiste richting te ontwikkelen.
Dog eat Dog
Wanneer het zo door gaat leven we straks op een kunstmatige planeet, waar het krioelt van de Boeddhisten die schapen en varkens houden, Moslims die geiten, schapen en kippen houden, Christenen die varkens en koeien fokken en goddeloze Chinezen die alles eten wat op twee of meer poten staat, want over rondlopen hoeven we niet meer te fantaseren.
Deze situatie kan alleen maar leiden tot Wereld Oorlog met enorme hoofdletters en kannibalisme op massale schaal. Vleeslustig als straks de miljardenbevolking is, wanneer de aarde de energie om al dit vlees te laten groeien niet meer op kan brengen, breekt er door de enorme tekorten totale anarchistische chaos uit. Of waarschijnlijker: er ontstaan vreselijke oorlogen met als doel niet het veroveren van landen om daar economisch van te profiteren door de bevolking in te lijven, maar om de bevolking met vee en al te verorberen!
Natuurlijk is het soft om vanuit respect voor dieren ze hun natuurlijke levensloop te gunnen. Een varken of een koe is maar een beest en begrijpelijkerwijs viert de mens zijn agressie bot op deze weerloze wezens, we moeten echter inzien dat er simpelweg niet genoeg ruimte en energie is op aarde om miljarden mensen van vlees te voorzien.
Terug naar de natuur!
Eén keer in de week duif of eend of hert of struisvogel of fazant of zwijn of haas of konijn of lam of rund of kalkoen of paard of geit of kip of varken is toch meer dan genoeg? Laten we dan twee keer in de week vis of zeevruchten eten, er is ten slotte ook twee keer zoveel zee als land op onze wereldbol. De overige dagen van de week genieten we van allerlei heerlijke paddenstoelen, noten, knollen, bieten, look, wortels, aardappels, pompoenen, maïs, groene bladgroente en vruchten als paprika, tomaat, aubergine en courgette. Graanproducten als rijst en couscous en pasta kunnen dienen als basis, maar vergeet ook niet de enorme diversiteit aan peulvruchten niet, van sugersnaps tot kapucijners en van snijbonen tot linzen.
We kunnen quiche maken, lasagna, een oneindige diversiteit aan soepen, bonenschotels met verse rode kool en verse appel, en zelfs gehele rijsttafels met gerechten van tempeh, seitan en tofu of sushi met avocado, mango en komkommer… Of maak eens een oer-Hollandse stamppot met mooie seizoensaardappels, sojaroom, ruccola uit eigen tuin en olijven of zongedroogde tomaatjes!
We moeten nu beginnen met verantwoord te eten. We moeten laten zien dat natuurlijkheid, diversiteit en kwaliteit van voedsel de hoogste waarden zijn. Dit goede voorbeeld leidt dan hopelijk tot een nieuwe norm. Het idee van het goede leven is terug naar de natuur: misschien niet als jager, die de hele dag achter zijn prooi aan zit, of als visser, de hele dag in de weer met netten en hengels, maar dan toch als een slanke en relatief lange mens die met zorg zijn voedsel uitkiest, koopt en zelf klaarmaakt, matig eet en geniet van kwaliteit en originaliteit.
*kiloknallers zijn verpakkingen waar heel groot ‘voordeel’ op staat en die goedkoper zijn omdat men een kilo afneemt. Het gaat dan om kipfilet en gehakt. Deze voeding is op zich al niet gezond, maar vormt in grote hoeveelheden een basis voor bijna alle gezondheidsproblematiek (kanker voorop).
Bron: lezingen in de serie ‘Zin en onzin over eten‘ van Studium Generale
Geplaatst in Onderwijs, Politiek, Religie, Sociale Verhoudingen, Voeding
Bravo!
Waar roepen wij tegenwoordig nog “bravo!”, behalve op de sociëteit van een studentenvereniging? Juist: in de opera. De uitroep “bravo” is nogal bombastisch en past dan ook wel in een muziektheater. Bij een popconcert zul je deze archaïsche vorm van bijval echter niet veelvuldig vernemen. Toch verdienen veel muzikanten en vocalisten een iets geciviliseerder aanmoediging dan het gefluit van bouwvakkers of het gehuil van wolven. Zeker wanneer een band tijden van weleer doet herleven of de grenzen van het populaire overschreidt.
Een band die niet alleen goede popmuziek maakt, maar ook verhalen vertelt en eigenlijk een soort muziektheater biedt, is the Broken Beats. Een optreden van deze denen doet wel een beetje aan vaudeville denken. Nog veel meer in de traditie van dit nachtelijke vermaak staat de band the Dresden Dolls.
Vaudeville
Vaudeville was een populaire vorm van vermaak die ontstond in New York en vooral voorkwam in Amerika en Canada rond het fin de siècle (de eeuwwisseling van de negentiende naar de twintigste eeuw). Het is het beste te vergelijken met wat wij variété noemen. Vaudeville past in een traditie van rariteitenkabinetten en freakshows, troubadours en minstrelen. In een nachtclub volgden uiteenlopende acts elkaar op: Muzikanten (klassiek en populair), dansers, komedianten, getrainde dieren, goochelaars, acrobaten, acteurs in eenakters en zelfs korte filmvertoningen. Deze fantastische traditie herleeft in optredens van ‘bands’ als CocoRosie en My Brightest Diamond.
Shara Worden (My Brightest Diamond) door Wes Verhoeve
Op vrijdag 5 oktober toverde My Brightest Diamond het poppodium Tivoli de Helling om tot een waar vaudevilletheater. De liedjes boden een combinatie van bijna klassieke zang tot rock, heel rustig en steeds wilder. Verschillende gitaren werden (soms met een potlood tussen de snaren voor extra hoge tonen) door zangeres Shara Worden, op verschillende perfect gedrumde ritmes, bespeeld. Over deze gitaren zei Worden dat zij, analoog aan de horcruxen uit Harry Potter, bang is steeds een stukje van haar ziel te verliezen als ze een nieuwe heeft aangeschaft.
De meeste liedjes van My Brightest Diamond gaan over dieren; paarden zijn een favoriet onderwerp en de frontvrouw draagt een tooi met roze veer, die doet denken aan paardenacrobatiek of nachtclubdanseressen. Ook worden er magische konijnen, roodborstjes en libelles ten tonele gevoerd. Bravo!
Eerder hadden we deze band op Lowlands al een perfecte show zien weggeven. Echter, de show van Damon Albarn (Pulp, Gorillaz) met zijn nieuwe band the Good, the Bad & the Queen had toen een hoger vaudeville gehalte. Het decor was geheel in stijl vormgegeven en Albarn nam gehuld in jacquet en hoge hoed plaats achter zijn klavier. Bravo!
Een andere performer op dit festival die zo weggelopen leek uit een vaudeville, was Patrick Wolf. Deze jongeling doet denken aan David Bowie in zijn jonge jaren, hij is even eigenzinnig, excentriek en briljant. Wolf combineerde op het podium een freakshow met de mooiste popliedjes. Hij kleedde zich uit en klom in de steigers. Met veel enthousiasme bracht hij enkele van de vele hoogtepunten uit zijn oeuvre. Bravo!
Hoe anders was dat eerder dit jaar op Motel Mozaïque. De ster in wording straalde toen niets uit dan neergedruktheid. Het optreden was hem duidelijk een verplichting, de showcase van die middag had hij al afgezegd en later bleek dat de jongeman aan de vooravond had gestaan van een zenuwinzinking, waarin hij verklaarde er mee te stoppen.Toegegeven, de Rotterdamse Schouwburg was geen gezellige of enerverende locatie, maar daar had het optreden van de Vlaamse topband Zita Swoon de avond tevoren niet onder geleden.
Vlaanderen
De Vlaamse muziekscene had nooit in de huidige vorm kunnen ontstaan zonder Tom Waits. ‘Vader Tom’ heeft als geen ander kleur gegeven aan het populaire verhalende lied. Je hoort de invloeden van zijn theatrale stijl duidelijk terug in het geluid van dEUS en An Pierlé. Ook bij Zita Swoon zijn de sporen van Tom Waits nog te herkennen, hoewel Stef Kamil Carlens (vroeger bandlid van dEUS) zijn eigen weg is ingeslagen en de wereldmuziek, zowel als de Franse chanson heeft omarmd.
Wat mij betreft hoort An Pierlé thuis in het rijtje van grote theatrale zangeressen; Beth Gibbons (Portishead), Kate Bush en P.J.Harvey. In de toekomst zal misschien ook Shara Worden (vroeger achtergrond zangeres van Sufjan Stevens, nu frontvrouw van My Brightest Diamond) naast deze vrouwen plaats kunnen nemen.
Religie
Onze muzikale zuiderburen maken graag gebruik van traditionele accoustische instrumenten en creëren daarmee een sfeer die past bij een authentieke nachtclub. DAAU bespeelt de cello, viool, klarinet en de accordeon. De accordeonist van dit kwartet, Roel van Camp, speelt momenteel mee met Gregory Frateur in Dez Mona. Deze band is het summum van Vlaamse theatrale muziek. De vergelijkingen met Anthony & the Johnsons steken steevast de kop op in besprekingen. De band combineert breekbare zang met jazz, zigeunermuziek en gekrijs.
Wanneer je naar deze theatrale muziek luistert heb je het gevoel dat je omlijst wordt door donkerrood velours. De piano staat in de hoek en er wordt niet zelden op gespeeld. Veel meer dan het licht van de kaarsen is er niet. De muziek vult de ruimte. De emoties lopen hoog op. De teksten zijn niet toevallig of banaal; religie en ellende spelen een belangrijke rol. Het optreden dat Dez Mona tijdens de Utrechtse Museumnacht in een oude kerk gaf, bracht het publiek op naar hogere sferen. Bravo!
Het hoogtepunt van Lowlands ’05 was niet de Foofighters (boeh!), maar Nick Cave (bravo!). Ook deze dreigende en duistere man roept met zijn soms Christelijke, vaak moordlustige teksten de donkere sfeer van de middeleeuwen op. De stemming van zijn muziek is zwart, zweterig, godsdienstig en gewelddadig.; theatrale kwaliteiten die we ook vinden bij Two Gallants en the Veils.
Niet altijd hoeft theatrale muziek echter de sfeer van de dark ages te ademen. Bij Anthony en ook bij CocoRosie is misschien het tegenovergestelde het geval. De sfeer van deze naïeve muziek is uiterst kleurrijk. Wel is bij deze muzikanten naast het experimentele ook het klassieke stevig vertegenwoordigd.
Intellect en Emotie
Maxïmo Park is het theaterstuk onder de britpop. Deze band onderscheidt zich door de energie die er in elk liedje gepropt is, vaak zijn er minimaal twee refreinen. Het theatrale zit hem bij de muziek van Maxïmo Park vooral in de literaire kwaliteiten en het verhalende van de teksten. Het tegenovergestelde is het geval bij het IJslandse Sigur Rós. De muziek van deze band heeft de hoofdrol, de IJslandse teksten zijn slechts een mantra dat een bijdrage levert aan de klanken die opzwepen tot een climax. De muziek van Sigur Rós is bijna een moderne symfonie. Het theatrale karakter komt bij hen voort uit de emotionele kwaliteiten.
13 oktober: Dez Mona in Ekko, Utrecht
De 10 Geboden anno 2007
- Gij zult Nederlands spreken, maar niet te ingewikkeld, niet te goed.
- Gij zult autorijden en regelmatig een nieuwe auto kopen, terwijl de oude nog goed is.
- Gij zult veel werken en belasting betalen. Productiviteit is minder belangrijk dan roepen dat je het druk hebt. Te veel vrije tijd is niet goed en te veel verdienen ook niet.
- Gij zult vroeg opstaan.
- Gij zult koopkrachtig zijn. Vooral het kopen van producten die snel in waarde dalen en al gauw op de afvalhoop komen is gewenst.
- Gij zult vlees eten. Liever vlees van de bio-industrie dan geen vlees. Vlees met botten eraan is eigenlijk niet de bedoeling. Het beste is gemalen vlees met zout.
- Gij zult niet op seks belust zijn. Flirten moet tot een minimum beperkt worden. Porno is prima, maar masturberen dient onder strikte geheimhouding te gebeuren.
- Gij zult matig alcohol drinken. Koffie is geen probleem, sigaretten wel. Gij zult geen psychedelische drugs of harddrugs gebruiken.
- Gij zult voornamelijk TV kijken en nauwelijks lezen. Hooguit een NSB-krant als de Telegraaf of de Veronicagids.
- Gij zult niet afwijken. Gij zult uzelf niet hoger aanslaan dan anderen. Het beste is het zo vaak mogelijk een spijkerbroek te dragen. Of een goedkoop (mantel)pak.
O ja, en geen kinderen verkrachten, niet moorden, niet stelen en geen vernielingen aanbrengen of brandstichten.
Geplaatst in Religie, Sociale Verhoudingen


