Categorie archief: Sociale Verhoudingen

Peer 2 Peer

Ooit ben ik naar een toneeluitvoering van ‘Elementaire deeltjes’ van Michel Houellebecq geweest. In de pauze verliet het publiek de zaal. Er was daarbij sprake van filevorming. Iedereen ging aan het einde van de gang door dezelfde deur naar de foyer. De zijwand van de gang bestond echter geheel uit deuren en niemand was op het idee gekomen om de eerste deur te proberen. Ik duwde en hij ging natuurlijk gewoon open. Zie hier een nogal letterlijke illustratie van de mens als kuddedier. Allemaal sjokken we braaf achter elkaar aan, zo ook het Amsterdamse publiek bij een voorstelling van het provocerende ‘Elementaire deeltjes’.

Overigens was het een matige voorstelling, want de karakters waren plat geslagen. De ene hoofdrolspeler (Michel) overacteerde non-stop. Het was ‘teveel’ wat hij deed. De ander (Bruno) was slechts een perverseling, van de kwetsbaarheid van het personage bleef niets over. Wel lag er een goede bewerking van de tekst aan ten grondslag, waardoor het publiek via het stuk uitstekend in contact kon komen met het creatieve werk van de oorspronkelijke schrijver.

peer-1c277.jpg

Terug naar de invloed van de kudde: Ik sluit met mijn verhaal aan bij het stuk van Ad Bergsma in de Volkskrant van 27 oktober, om vervolgens een koppeling te maken naar de stand in onderwijsland. Bergsma opent zijn stuk met een beschrijving van het meer duurzame gedrag van de Volkskrantlezer. Duidelijk wordt echter dat dit een tactiek is om mensen aan te sporen milieubewust gedrag te vertonen. Door te beweren dat volkskrantlezers zich meer duurzaam gedragen, spoort hij de lezer, die zich met die groep identificeert, zich hierbij aan te sluiten. Hierbij is een specificatie van de kenmerken van de groep wenselijk om het gevoel van verbondenheid te vergroten. Vandaar de categorie ‘Volkskrantlezer’. Ten grondslag hieraan ligt dat mensen het voorbeeld van anderen volgen, vooral wanneer zij zich met hen identificeren.

Op Wikipedia vinden we de banner “22,382 have donated”. Wanneer je nu op de site kijkt, zullen dit er veel meer zijn. Wikipedia heeft begrepen dat je mensen motiveert door ze het gevoel te geven dat ze ergens bij aansluiten, wanneer ze tot actie overgaan. Het mag geen wonder heten dat het op peer education gebouwde initiatief dit inziet. De macht van het collectief staat centraal voor het succes van deze internet-encyclopedie.

Het Wikipedia-leren

Op woensdag 31 oktober was ik als lid van de medezeggenschapsraad van de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten aanwezig bij een conferentie over de toekomst van het HBO. De HBO-raad vroeg zijn studenten om hun mening. Deze mening werd dan ook enthousiast gegeven. Eerst luisterde ik een tijdje mee naar de sentimenten en redeneringen. Toen synthetiseerde ik eerder besproken zaken als “hoe voorkom je uitval?”, “wat te doen met de excellente student?”, “het belang van extracurriculaire activiteiten”, “behoefte aan meer en/of beter bestede contacturen” en “behoefte aan meer inspraak in de inhoud van het leren” tot de mogelijkhijd van peer education. Om aan te tonen dat de tijd hiervoor rijp is noemde ik Wikipedia als voorbeeld. Nog nooit is er zoveel en zo vrij kennis uitgewisseld tussen grote groepen mensen.

Wanneer we het model van deze peer education introduceren in het HBO creëren we mogelijkheden om aan bovengenoemde behoeften tegemoet te komen en de problemen die worden ervaren op te lossen. Studenten die de stof beter beheersen dan gemiddeld of zelfs op het niveau van docenten kunnen praten, moeten mede de inhoud van het onderwijs kunnen bepalen. Daarnaast kunnen zij hun eigen capaciteiten ontwikkelen door minder sterke studenten te begeleiden. Dit kan de uitval omlaag brengen en tegelijk het onderwijs voor de excellente student aantrekkelijker maken. Extracurriculaire activiteiten dragen dan binnen de muren van de opleiding bij aan de kwaliteit van het onderwijs. Tevens kom je tegemoet aan de behoefte aan extra begeleiding en meer contacturen zonder dure docenten aan te hoeven trekken.

verslag-hbo-raad-studentenconferentie-1.doc

Roltrap Fitness

Geen zin om naar de sportschool te gaan? Gebruik de roltrap omlaag als fitnesstoestel door de traptreden te beklimmen! Dit moet je natuurlijk niet tijdens de spits doen, maar als je bijvoorbeeld op een koud en verlaten perron staat en de trein komt pas over een kwartier. Iedereen weet dat traplopen behoorlijk vermoeiend is en het tempo waarmee een roltrap je omlaag vervoert ligt best hoog. Wanneer je zo’n roltrap als fitnesstoestel gebruikt, dan is de inspanning te vergelijken met joggen.

In plaats van kou te lijden op een stalen stationsbank krijg je het lekker warm en tegelijk smeer je de boel nog eens lekker door: je ademhaling wordt dieper, je bloedsomloop gaat omhoog en het hartritme ook. En natuurlijk verbrand je daarmee een paar calorieën. Af en toe moet er nog wel eens iemand met de roltrap omlaag, maar daar loop je zo langs en mensen vinden het wel grappig…

Behalve de burgerlijke fascist.

De burgerlijke fascist houdt er niet van als mensen afwijken. Meestal heeft de burgerlijke fascist last van een hoop opgekropte agressie. De oorzaken hiervan zijn uiteraard veelvuldig, samengesteld en uiteenlopend: stress op het werk door een vervelende baas, een dominante vrouw, onhandelbare kinderen, slechte voeding, nul nieuwe ervaringen en leermomenten en waarschijnlijk te weinig sport en andere lichaamsbeweging. En laten we vooral de seksuele frustratie niet vergeten: een burgerlijke fascist komt bij zijn dominante vrouw niet aan zijn trekken, heeft dan ook meteen nauwelijks lichaamsbeweging en geen uitlaatklep voor de werkgerelateerde stress. Of misschien heeft de man juist helemaal geen werk en geen vrouw, dan komt er nog eens een minderwaardigheidsgevoel bovenop de opgekropte agressie.

Houd deze gedachte vast en stel je voor dat zo’n burgerlijke fascist op een avond de roltrap naar beneden neemt. Dan ziet hij mij; een jongeman die iets doet wat we niet vaak zien. Ik loop in de verkeerde richting op de roltrap, met mijn gezicht naar de afdalende man beklim ik de treden. Ik beweeg, maar geraak niet van mijn plaats. Om dit afwijkende gedrag te kunnen vertonen ben ik afhankelijk van de sporadische medemens die mij op de mechanische trap tegemoet komt. Deze medemens moet mij de ruimte laten om tegen de stroom in te gaan. De burgerlijke fascist heeft nu een zeldzaam moment van macht in handen en zal zijn kans grijpen. Met de kracht van de norm verspert hij me de weg.

Ik kan niet meer verder en moet halt houden. Ik sta met mijn gezicht vlak voor het gezicht van de burgerlijke fascist. Hij staat een trede hoger, maar ik ben een kop groter. Hijgend laat ik mijn opponent weten dat hij als mens tegenover mij als mens zich zeer onaangenaam verhoudt. Ik voel zijn onverzettelijkheid als een persoonlijke aanval en dat terwijl er tussen ons geen enkele verbintenis bestaat. De burgerlijke fascist beperkt mijn persoonlijke vrijheid en oefent macht over mij uit. Mijn lekkere ritme is onderbroken. Daarin schept de burgerlijke fascist genoegen, belangrijker is het echter voor hem dat hij iemand in het gareel brengt. Het doet er voor hem niet toe wat de aard van het afwijkende gedrag is. Afwijken is per definitie onwenselijk. Het maakt niet uit of er mensen benadeeld worden. Afwijken is afwijken en dat moeten we niet hebben. Regels zijn zeer geschikt om als fundament te dienen waarop het corrigerende gedrag van de burgerlijke fascist kan bogen. Een praktische norm is echter ook goed. Op een roltrap heerst eenrichtingsverkeer, niet volgens de wet, maar gewoon omdat het praktisch is. Er is dus geen sprake van het overtreden van (verkeers)regels, slechts van afwijken van de norm.

Lieve lezer, kijk uit voor mensen die de kracht van de norm of de autoriteit van de regel misbruiken om voor zichzelf een moment van triomf te behalen. Kijk uit voor verzuurde oudjes, machtswellustige agenten, gefrustreerde taxichauffeurs en roltrapfascisten! Dit zijn de mensen die in een andere wereld zich ontpoppen tot nazibeulen. Denk nog maar eens aan de omstreden experimenten uit de jaren ’70 naar de werking van autoriteit in extreme situaties (Milgram, Stanford Prison). Mensen die regels belangrijker vinden dan mensen zijn gevaarlijk.

Overbevolking op de Olympos

Hoewel veel mensen niet meer in God geloven, geloven zij wel “dat er iets is”. Hiermee bedoelen zij dan een hogere macht. Er zijn ook mensen die niet in een hogere macht geloven. Zij zijn atheïst. Maar wanneer een atheïst zichzelf en zijn soortgenoten als wezenlijk anders ziet dan ‘de dieren’ is er geen sprake van atheïsme maar veel eerder van autotheïsme.

Ik bedoel hiermee niet de christelijke geloofsstroming die de Zoon van God als een autonome godheid ziet, maar het verheffen van het zelf tot godheid. Waarom zou een mens een aparte categorie vormen ten opzichte van ‘de dieren’? Moeten we apen en regenwormen, krokodillen en plankton, olifanten en muggen op een hoop gooien en zeggen: “die horen in een dierentuin, daar horen wij niet bij”? Is de wereld niets anders dan een grote dierentuin?

Wij mensen stellen vaak de vraag: “hoe onderscheidt de mens zich van de dieren?”. We stellen minder vaak de vraag “in hoeverre verschilt de mens van andere diersoorten?”. Darwin zou deze laatste vraag stellen. De eerste vraag getuigt van een religieus wereldbeeld. Denk aan het verhaal van Adam en Eva, die de dieren hun namen geven en door God geschapen zijn om over de natuur te heersen.

durer_adam_eva_gravure_grt.jpg

Albrecht Dürer (1504) Adam en Eva

Wanneer de mens zijn eigen god is, is streven naar apotheose een logisch gevolg. Men wil zich onderscheiden van de medemens door het vergaren van aanzien en roem. Een god dient aanbeden te worden.

Kan de mensheid als geheel, als soort zou ik willen zeggen, verheven zijn boven de natuur? De apotheose van de mens bestaat bij de gratie van onderdanen. Als alle mensen goden zijn, kunnen zij niet tegelijk ook onderdanen zijn. De dieren zijn dus onze onderdanen. Dit levert twee problemen op:

1. Maar heel weinig dieren zijn in staat om de rol van onderdaan te vervullen. Alleen een hond kan zijn baasje toejuichen. Aanzien en roem ten opzichte van de dieren moet dan als iets abstracts worden voorgesteld. Hoe?

2. Het concept van mensen als goden en dieren als onderdanen doet geen recht aan de individuele kenmerken van dieren en mensen. De innerlijke beleving van een zeer zwak begaafd mens, een idioot, staat misschien wel dichter bij die van een gorilla of die van een chimpansee dan bij de geesteswereld van een wereldwijd gevierde filosoof. In ieder geval is zowel de emotionele als de intellectuele beleving van beide apen meer gelijk aan die van een (domme) mens, dan aan die van een kikker. En een kikker lijkt op zijn beurt weer meer op de mens dan op een garnaal, of niet?

 Voor meer en beter: “The Life of Animals” van J.M. Coetzee

De Vijand

George Orwell beschrijft in zijn boek ‘1984’ de principes van othering in de vorm van het creëren van een gezamenlijke vijand op nationaal niveau. Deze vijand is dan weer Eastasia, dan weer Eurasia. Zelfbedachte namen voor niet bestaande wereldmachten. Hoewel de werkelijkheid er na de koude oorlog niet zo uitziet als Orwell in 1948 voorspelde, kloppen de machtsprincipes die hij blootlegde nog steeds. Telkens wanneer de politieke verhoudingen van de wereldmachten verschuiven, vindt er hersenspoeling plaats door geschiedvervalsing en een mediaoffensief. Het volk moet geloven dat het altijd de huidige vijand is geweest die men als natie tegenstreefde.

Othering

Het sociologische begrip othering houdt in dat alles wat men typeert als anders dan de eigen groep, inhoud aan de identiteit van individuen uit deze groep geeft en functioneert als bindende factor. Het creëren van een ‘wij’ tegen ‘zij’ zorgt voor verbondenheid. Een onschuldige variant vormt het aanmoedigen van voetbalteams: de supporters van de ene club verkrijgen hun identiteit ten opzichte van die van de andere club. Ik denk dan ook dat we de schade die supporters aanrichten als een ingecalculeerde kostenpost moeten accepteren als maatschappij. Wanneer deze katalysator wegvalt zou er wel eens een verscherping van het ‘wij: autochtonen’ tegen het ‘zij: allochtonen’ kunnen ontstaan.

In Europa werken we steeds meer samen, maar men stemt tegen een Europese grondwet, omdat men irrationele angsten kent over het verliezen van de eigen volksaard. Het Europees Kampioenschap voetbal is een belangrijke diplomatieke katalysator van dit fenomeen ‘volksaard’.

Amerika: het hedendaagse Oceania

In Amerika leeft men samen met zeer verschillende staten onder één centrale regering met als belangrijkste functie nationale defensie. Terwijl in de ene staat orale seks officieel verboden is en men nog de doodstraf kent, wordt er in de andere staat gedebatteerd over het homohuwelijk. Amerika is een behoorlijk conservatief land met zeer progressieve elementen. Het principe van othering is in dit land dan ook tot binnenlandse politiek verheven. Na de overwinning op de Nazi’s en de Japanners had men een nieuwe gemeenschappelijke vijand nodig. Dit werd het communisme van de USSR. Omliggende islamitische landen kregen militaire steun om het communistisch monster te helpen temmen. De oorlogen in Vietnam en Korea zijn onderdeel van de strijd tegen het communisme. Na de val van de Berlijnse muur in 1989, dat als symbool voor de val van het communisme beschouwd kan worden, was er een nieuwe vijand nodig.

1984_fictious_world_map2.png

Eurasia of Eastasia?

Toen in 1990 Irak Koeweit binnenviel was de nieuwe vijand aangewezen. Amerika kreeg de VN mee en viel, een dag na het verlopen van het ultimatum terug te trekken, Irak aan. De grootste veldslag en luchtoffensief tot dan toe was een feit. De terugtrekkende Irakezen werden afgeslacht.

Er was echter twaalf jaar later voor de zoon van Bush I een nieuwe aanleiding, die maar heel losjes verband hield met de heerschappij van Saddam Hoessein. Door de aanslagen op Amerikaans grondgebied op 11 september 2001 was het anti-islamisme tot nieuwe hoogten gestegen. Het ging bovendien niet goed met Amerika zelf en wat is dan de oplossing van een primitieve regering? Juist: de aandacht afleiden en saamhorigheid creëren door middel van othering. Saddam Hoessein was als vijand van de Westerse Wereld nog steeds niet verslagen en Bush II zou het werk van zijn vader nu af gaan maken.

Eastasia of Eurasia?

Wanneer straks de islam weer enigszins in het gareel lijkt te zijn gebracht door ontregelen van de machtigste landen (Iran moet eigenlijk nog een paar klappen krijgen), zal de aandacht van ‘Eurasia’ weer terug naar ‘Eastasia’ verplaatsen. China zal moeten assimileren of als de nieuwe grote vijand van het Westen worden gezien. Het land lijkt sinds de dood van Mao het communisme langzaam de rug toe te keren, maar of dit voldoende is om de toorn van Amerika af te wenden zal de toekomst uitwijzen…
Het is echter de nog meer de vraag of Amerika zijn positie als wereldmacht wel zal kunnen handhaven. Het land dreigt aan interne problemen ten onder te gaan. Verder is er eigenlijk al lang niet meer sprake van een duidelijke en enkelvoudige vijand. De USA heeft intussen bijna de hele wereld tot vijand gebombardeerd, op een af ander moment in de recente geschiedenis. Geschiedvervalsing is allang niet meer mogelijk (in deze tijd van democratisering van de informatievoorziening); slechts een deel van de eigen bevolking laat zich hersenspoelen door de media die inspelen op angstemoties.

Het goede leven

Overal ter wereld heerst flinke toename van vetzucht en diabetes. Wanneer de welvaart stijgt, stijgt ook de inname van vet en zoet voedsel. Hier ligt een idee aan ten grondslag. Dit idee van welvaart, of de illusie van ‘het goede leven’, is cultureel bepaald. De auto, de tv, het eten van veel vlees en drinken van alcohol vormen de kern van deze collectieve waan. De geschiedenis van de mensheid laat een onafgebroken beweging naar verzadiging zien. De menselijke soort heeft er steeds naar gestreefd om met zo min mogelijk inspanning zoveel mogelijk voedsel te vergaren…

Jagers en verzamelaars aten wel 100 verschillende planten, heel veel vis en zeevruchten en af en toe vlees. Noten en vruchten vormden een belangrijk onderdeel van hun dieet. Daarnaast waren ze de gehele dag lichamelijk bezig om hun voedsel te vergaren. De gemiddelde lengte van mannen in deze prehistorische periode was 1,80 meter. Aan de botten die we hebben gevonden, kunnen we zien dat men in die tijd geen perioden van honger kende, die de lengtegroei belemmerden (Prof. dr. Lucas Reijnders).

De verandering die de uitvinding en cultivering van de landbouw teweeg bracht, had een uitwerking op deze aanvankelijk gunstige lichamelijke status. De voeding werd eenzijdig, de lichaamsbeweging daalde. En bovendien; door mislukte oogst kende men nu wel periodes van honger en groeibelemmering. De gemiddelde lengte gedurende de middeleeuwen was voor de man slechts 1,70 meter.

De industrialisatie en technologisering van de voedselproductie zorgde voor een verdere verschuiving. Lichamelijke arbeid werd overbodig, waardoor het aantal calorieën dat de gemiddelde mens nodig heeft is gedaald. De inname is echter gestegen. Een voorkeur voor zoet en vet eten prevaleert. Vanaf de Tweede Wereldoorlog kent men in het Westen geen voedseltekorten, maar nog slechts overschotten. De opkomst van de frisdrank (water met suiker) is een feit en de porties worden steeds groter.

watwermetsuiker.jpg

water met suiker

Luilekkerland

Het streven naar verzadiging heeft geleid tot oververzadiging. We leven nu in een soort Luilekkerland. Terwijl in vroeger tijden slechts de rijke elite het zich kon veroorloven om zich vol te proppen, is dit nu voor iedereen weggelegd. Nu zien we een omkering: de laagste sociale en financiële klasse kampt met de hoogste percentages vetzucht. De elite begint te leren met mate en gericht op kwaliteit in plaats van kwantiteit van voedsel te genieten. Het is weer tijd voor het klassieke motto “Mens sane in corpore sano”. Een gezonde geest in een gezond lichaam. We nemen de trap en eten een gevarieerd dieet. We koken zelf en gebruiken verse ingrediënten. We proberen minder dierlijke producten te eten en dan het liefst biologisch. We doen dit omdat we niet dik willen zijn. Dik is ongezond en ongezond is niet aantrekkelijk. Mensen uit lagere milieus denken helaas echter nog vaak dat hun vette ventjes en mollige meisjes een gezond gewicht hebben. Voor zover zij überhaupt denken, want mindless consuming lijkt hun vrijetijdsvulling. De minder ontwikkelde medemens is dan ook een gewillig slachtoffer voor de commercie. Moeten we deze mensen niet tegen zichzelf beschermen en beginnen met het verbieden van de kiloknallers*?

De gevolgen van ongezonde en vooral eenzijdige voeding strekken verder dan de lichamelijke gezondheid en de nadelige financiële gevolgen voor de maatschappij waarin wij leven (diabetes is een van de duurste ziekten). Het eten van een kiwi die uit Nieuw Zeeland is aangevlogen mag voor het lichaam van de gebruiker goed zijn, dat is het niet voor moeder aarde, zoals wij haar graag zien. We zouden er dan ook beter aan doen streekproducten te eten. Of in ieder geval producten uit ons eigen werelddeel… Hoewel er in dit werelddeel overigens consensus bestaat over wat gezond eten is, corresponderen de EU subsidies voor landbouw en veeteelt hier totaal niet mee! (Prof. dr. ir. Jaap Seidell). De politiek volgt dus de behoefte in plaats van deze financieel te faciliteren zich in de juiste richting te ontwikkelen.

Dog eat Dog

Wanneer het zo door gaat leven we straks op een kunstmatige planeet, waar het krioelt van de Boeddhisten die schapen en varkens houden, Moslims die geiten, schapen en kippen houden, Christenen die varkens en koeien fokken en goddeloze Chinezen die alles eten wat op twee of meer poten staat, want over rondlopen hoeven we niet meer te fantaseren.

Deze situatie kan alleen maar leiden tot Wereld Oorlog met enorme hoofdletters en kannibalisme op massale schaal. Vleeslustig als straks de miljardenbevolking is, wanneer de aarde de energie om al dit vlees te laten groeien niet meer op kan brengen, breekt er door de enorme tekorten totale anarchistische chaos uit. Of waarschijnlijker: er ontstaan vreselijke oorlogen met als doel niet het veroveren van landen om daar economisch van te profiteren door de bevolking in te lijven, maar om de bevolking met vee en al te verorberen!

Natuurlijk is het soft om vanuit respect voor dieren ze hun natuurlijke levensloop te gunnen. Een varken of een koe is maar een beest en begrijpelijkerwijs viert de mens zijn agressie bot op deze weerloze wezens, we moeten echter inzien dat er simpelweg niet genoeg ruimte en energie is op aarde om miljarden mensen van vlees te voorzien.

Terug naar de natuur!

Eén keer in de week duif of eend of hert of struisvogel of fazant of zwijn of haas of konijn of lam of rund of kalkoen of paard of geit of kip of varken is toch meer dan genoeg? Laten we dan twee keer in de week vis of zeevruchten eten, er is ten slotte ook twee keer zoveel zee als land op onze wereldbol. De overige dagen van de week genieten we van allerlei heerlijke paddenstoelen, noten, knollen, bieten, look, wortels, aardappels, pompoenen, maïs, groene bladgroente en vruchten als paprika, tomaat, aubergine en courgette. Graanproducten als rijst en couscous en pasta kunnen dienen als basis, maar vergeet ook niet de enorme diversiteit aan peulvruchten niet, van sugersnaps tot kapucijners en van snijbonen tot linzen.

We kunnen quiche maken, lasagna, een oneindige diversiteit aan soepen, bonenschotels met verse rode kool en verse appel, en zelfs gehele rijsttafels met gerechten van tempeh, seitan en tofu of sushi met avocado, mango en komkommer… Of maak eens een oer-Hollandse stamppot met mooie seizoensaardappels, sojaroom, ruccola uit eigen tuin en olijven of zongedroogde tomaatjes!

We moeten nu beginnen met verantwoord te eten. We moeten laten zien dat natuurlijkheid, diversiteit en kwaliteit van voedsel de hoogste waarden zijn. Dit goede voorbeeld leidt dan hopelijk tot een nieuwe norm. Het idee van het goede leven is terug naar de natuur: misschien niet als jager, die de hele dag achter zijn prooi aan zit, of als visser, de hele dag in de weer met netten en hengels, maar dan toch als een slanke en relatief lange mens die met zorg zijn voedsel uitkiest, koopt en zelf klaarmaakt, matig eet en geniet van kwaliteit en originaliteit.

*kiloknallers zijn verpakkingen waar heel groot ‘voordeel’ op staat en die goedkoper zijn omdat men een kilo afneemt. Het gaat dan om kipfilet en gehakt. Deze voeding is op zich al niet gezond, maar vormt in grote hoeveelheden een basis voor bijna alle gezondheidsproblematiek (kanker voorop).

Bron: lezingen in de serie ‘Zin en onzin over eten‘ van Studium Generale

De 10 Geboden anno 2007

  1. Gij zult Nederlands spreken, maar niet te ingewikkeld, niet te goed.
  2. Gij zult autorijden en regelmatig een nieuwe auto kopen, terwijl de oude nog goed is.
  3. Gij zult veel werken en belasting betalen. Productiviteit is minder belangrijk dan roepen dat je het druk hebt. Te veel vrije tijd is niet goed en te veel verdienen ook niet.
  4. Gij zult vroeg opstaan.
  5. Gij zult koopkrachtig zijn. Vooral het kopen van producten die snel in waarde dalen en al gauw op de afvalhoop komen is gewenst.
  6. Gij zult vlees eten. Liever vlees van de bio-industrie dan geen vlees. Vlees met botten eraan is eigenlijk niet de bedoeling. Het beste is gemalen vlees met zout.
  7. Gij zult niet op seks belust zijn. Flirten moet tot een minimum beperkt worden. Porno is prima, maar masturberen dient onder strikte geheimhouding te gebeuren.
  8. Gij zult matig alcohol drinken. Koffie is geen probleem, sigaretten wel. Gij zult geen psychedelische drugs of harddrugs gebruiken.
  9. Gij zult voornamelijk TV kijken en nauwelijks lezen. Hooguit een NSB-krant als de Telegraaf of de Veronicagids.
  10. Gij zult niet afwijken. Gij zult uzelf niet hoger aanslaan dan anderen. Het beste is het zo vaak mogelijk een spijkerbroek te dragen. Of een goedkoop (mantel)pak.

O ja, en geen kinderen verkrachten, niet moorden, niet stelen en geen vernielingen aanbrengen of brandstichten.

 

 

Wat is Hip?

Smurfen en negerslaven

Bij de Smurfen is Hippe de narcistische smurf, die met een bloem achter zijn oor niets anders doet dan verliefd in zijn handspiegeltje kijken. Als we de Smurfen mogen geloven is hipheid gewoon ijdelheid. Maar zo eenvoudig is het niet, want de nagellakverkoopster in de Bijenkorf is ongetwijfeld ijdel met haar lagen make-up en wolken parfum; hip is zij niet.

Welke zaken hip zijn, staat nooit vast en wisselt constant. Wat het woord ‘hip’ betekent moet echter wel vast te stellen zijn. Het woord ‘hip’ of ‘hep’ is in Amerika al heel lang in gebruik. Hep is afkomstig uit de dialecten die door Amerikaanse Negers gesproken werden in de tijd van de slavernij. Het betekent dat iemand geïnformeerd, op de hoogte is. Het staat min of meer tegenover het begrip naïef.

In de jaren ’40 is een ‘hipster’ iemand die zich heel erg bezig houdt met wat nieuw en stijlvol is. In de jaren ’50 volgt als variant het woord ‘hippie’. Hippies kennen we vooral uit de jaren ’60 en ’70, als mensen die zich verzetten tegen de heersende klasse. Naastenliefde, vrije seks en verruimd geestelijk bewustzijn (eventueel onder invloed van psychedelische drugs) zijn voor hippies heel belangrijk. Ze kleden zich vooral in gemakkelijk zittende kleding met vrolijke kleuren en bloemmotieven. Haarbanden en kralenkettingen zijn favoriet als accessoire.

De waarden en idealen van de hippies zijn nog altijd levend en spreken steeds nieuwe generaties aan, aspecten van de hippiemode steken dan ook steeds weer de kop op. Afhankelijk van de tijdsgeest kiezen mensen voor de meer zakelijke stijl van de jaren ’80 of de vrijheid van de jaren ’70. Iemand die echter geheel volgens de mode van de hippies door het leven gaat, beschouwen wij nu eerder als een dinosaurus dan als een hippe vogel. Zo iemand is juist nogal naïef. De betekenis van de jaren ’40, die van ‘nieuw en stijlvol’, komt dichter bij de waarde die wij aan hip toekennen.

Nieuwe dingen kunnen hip zijn, maar ook nieuw gebruik van oude dingen. Het gaat meestal om de combinatie ervan. Hip is echter niet voorbehouden aan mode. Alles met uitdrukkingswaarde heeft de potentie hip te zijn; van vervoersmiddelen tot muziek en van woonadressen tot eten. Iemand die echt hip is; die eet hip, woont hip, vervoert zichzelf hip en luistert niet alleen thuis naar hippe muziek maar laat zich vooral ook zien in hippe uitgaansgelegenheden. Om te weten wat hip is, moet je jezelf informeren. Waarom besteden hippe mensen zoveel aandacht aan zichzelf informeren? Zodat zij de eerste zijn. Het gevoel niet te volgen, maar te leiden is belangrijk voor hun identiteit. [verdieping]

Het predicaat hip krijg je door je te onderscheiden. Twee voorwaarden zijn nodig om door anderen als hip beoordeeld te worden: je moet afwijken van de massa en hier een zelfverzekerde houding bij aannemen. Het afwijken is echter niet een ontkenning van de band met de groep, maar een invulling daarvan. Hippe mensen zijn ‘trendsetters’. Zij willen gezien worden en zoeken naar bevestiging in de vorm van nabootsing.

Hipheid en consumptie

De trendsetter signaleert de nieuwste mode, geeft er mede invulling aan en draagt haar uit. De ‘trendvolger’ aapt de trendsetter na. De trendvolger maakt daarbij veilige keuzes en kiest de meest draagbare en toch vlotte kleding. De trendvolger bevind zich niet in de ‘underground’, maar in de elite van de mainstream. Hij mikt op status en let daarbij op merknamen. Trendvolgers zijn misschien “hip” in de ogen van mensen die trager reageren; echte hipsters weten wel beter… zij zijn alweer op zoek naar de volgende gril. Intussen is door de selectie van trendvolgers duidelijk geworden wat de nieuwe mode, de nieuwe stijl is. Deze stijl is dan eigenlijk al niet meer hip en kan beter gekarakteriseerd worden als “fris” of “vlot”. Ondernemers en producenten pikken de vernieuwde mode in de mainstream op. Dan pas volgt de massa.

Een soortgelijk patroon zie je bij de levensduur van consumptiegoederen. Een groep van ‘innovators’ komt met nieuwe zaken en apparaten, met nieuwe ideeën en nieuwe mode. De ‘early adopter’ koopt alle dure gadgets en glanzende spullen. Langzaam volgen er meer mensen; er wordt duidelijk wat succesvol is, meer bedrijven gaan dat maken en de massa gaat het kopen. Na verloop van tijd is ook de traagst reagerende groep op het consumptiegoed uitgekeken en is de levenscyclus van het product ten einde. Het is weer tijd voor iets nieuws!

De early adopter is dus een super-consument en de trendvolger is eigenlijk een early adopter. Als consument koopt hij de nieuwste en duurste zaken en bezoekt plekken die “in” zijn. De belangrijkste richtlijn is daarbij merknaam, hij geeft dan ook vaak veel geld uit om het hippe gevoel te kopen. De echte hipheid is echter gereserveerd voor de producenten van stijl. Hipheid is stijlproductie als vorm van innovatie. Consumptie maakt hiervan deel uit, maar belangrijker is de creatieve component.

Hip is (zelf)presentatie en (imago)vormgeving. Een hip mens is een goeroe op het gebied van de presentatie. Een hip mens geeft vorm aan wat hip is, aan wat de dominante stijl van de toekomst kan worden. Hip ontstijgt de consumptie en is creatief.