Categoriewolk
Categorie archief: Voeding
De Gouden Regel
De kerstgedachte: heb jij jouw goede daad al gedaan? Zijn we allemaal uit vrije wil en met overvloedend hart op de altruïstische toer..? Het is misschien voor sommigen wat veel gevraagd. Laten we minder ambitieus zijn en in ieder geval proberen onze naasten geen kwaad te doen. (Er wordt al zoveel ruzie gemaakt rond de kerst). “Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doet dat ook een ander niet”. Wat betekent dat voor jou? En vooral: wie is dan die ander?
Cultuurkritiek op kerstavond: een klein beetje pastorale zorg.
Nietzsche stelt dat het uitgangspunt van de gouden regel is, dat iedere slechte actie vergelding afroept. Hij vindt het niet fatsoenlijk om bang te zijn dat je van een slechte daad uiteindelijk zelf de dupe wordt. “wie een kuil graaft voor een ander…”. Nietzsche vindt het juist fatsoenlijk om onverschillig te zijn voor de gevolgen die je acties voor jezelf kunnen hebben.
De Gouden Regel is volgens Nietzsche erg geschikt om mensen van elkaar te onderscheiden. Zij die haar aanhangen zijn kuddedieren (christenen). Zij vinden namelijk dat iedereen gelijk is. Want pas dan zou de regel van toepassing zijn. Volgens Nietzsche is de gouden regel het tegenovergestelde van “Qoud licet Iovi, non licet bovi” – Wat Jupiter geoorloofd is, mag een rund nog niet. Voor de christelijke god zijn alle mensen gelijk, daarom moet je anderen goed behandelen en jezelf niets veroorloven wat anderen ook niet mogen. Nietzsche vindt dat er mensen zijn die meer in hun mars hebben, meer teweeg kunnen brengen; tot grotere daden in staat. Deze helden en halfgoden mogen door het gepeupel niet voor de voeten gelopen worden. Tegenstanders moeten doelbewust worden vertrapt, ook als regels daarbij met voeten worden getreden. We mogen niet klagen als een onschuldig ‘schaap’ daarbij onder de voet wordt gelopen (dan had het maar geen schaap moeten zijn). Het is een verfrissende kijk en er valt veel voor te zeggen.

Ik geloof echter niet dat De Gouden Regel zo normatief en nivellerend werkt als Nietzsche voorwendt. Ik denk dat iedereen De Regel subjectief toe kan passen. Dan gaat hij over consequent en niet hypocriet zijn. Een mens mag niet met twee maten meten, dient er geen dubbele moraal op na te houden en moet niet van twee walletjes willen eten. Dat is wat we ermee willen zeggen. Daarvoor hoef je jezelf niet gelijk te schakelen aan anderen. Ik verwacht van andere jongens niet dat ze mijn vriendin met rust laten: “may the best man win”. Nietzsche ziet ongetwijfeld in het gebod dat ‘gij de vrouw van uw buurman niet zult versieren ende verleiden’ een verwerpelijke bescherming van de zwakkere partij door een collectieve moraal. Ik ben het daarmee eens. Mijn toepassing van de gouden regel strekt dan ook niet zover dat ik anderen geen eerlijke competitie gun. Met open vizier een vrouw versieren, die al een partner heeft: dat kun je proberen. Het is aan haar om een keuze te maken. Voor mij houdt de gouden regel geen bescherming van zwakkeren in, maar vraagt het een individu om consequent en niet hypocriet te zijn. Iemand die het vreselijk vindt als anderen met de eigen partner flirten, moet ook zelf het flirten opgeven. Een automobilist die zich ergert aan fietsers die door rood rijden en aan bumperklevers, moet zich zelf ook aan de verkeersregels houden. Omgekeerd: ik houd mij niet aan die regels en kan het leuk vinden om te flirten, dan kan ik de mensen die zich mijn gelijken betuigen door ditzelfde gedrag te vertonen er niet om veroordelen. Maar een bewust en denkend mens gaat verder dan dat. Ik zou bijvoorbeeld zelf nooit varkens in kleine hokjes stoppen en hormonen toedienen en ze op gemene wijze castreren en slachten. Dan moet ik er ook niet aan meewerken dat dit gebeurt, door de producten die hiervan afkomstig zijn te consumeren. “Wat gij zelf niet bereid bent te doen, verlang dat ook van and’ren niet” impliceert dus de gouden regel.
Frans de Waal laat heel mooi zien dat altruïsme een op zichzelf staande eigenschap is. Angst voor vergelding is daarbij niet direct aanwezig. Apen en mensen leven in groepen. Asociaal gedrag is slecht voor het groepsbelang. Als een lid voedsel heeft gescoord, dan heeft het de eerste rechten: recht op het lekkerste stukje, maar ook recht om het te verdelen. Houdt een individu alles voor zichzelf dan zal de groep dit gedrag misschien vergelden, maar misschien ook niet. Pakt een sterker individu een ander voedsel af, dan zal de groep dit misschien vergelden, maar misschien ook niet. Eigenschappen als vrijgevigheid en bescheidenheid zullen de positie van het individu binnen de groep in ieder geval versterken. Eigenschappen als gierigheid en hebberigheid zullen de positie binnen de groep veelal verzwakken. Deze eigenschappen zijn zelfs voor het sterkste individu binnen een groep schadelijk, omdat het de macht ondermijnt. Het is dan ook onzin om te zeggen dat asociaal en immoreel gedrag natuurlijk is en dat we leren om te delen en niet te stelen. De evolutie heeft de bescheidenheid net zo goed begunstigd als de hebberigheid. Aangeboren verschillen zorgen zowel bij apen, als bij mensen voor differentiatie in rollen binnen het groepsleven. Ook bij ons zijn er sterken en zwakken; maar ook meer en minder empathische individuen. Nog steeds profiteren sommigen van anderen. “Some are more equal than others”, maar alles binnen de juiste proporties en de gemeenschap bepaalt wat een individu zich – naar gelang zijn status – kan permitteren. Nietzsche slaat de spijker op zijn kop als hij stelt dat mensen niet gelijk zijn. Hij doet de vrijgevigheid en bescheidenheid echter te kort als christelijke constructies. Ook die eigenschappen zijn evolutionair bepaald. Het is dus zo dat mogelijke vergelding een rol gespeeld heeft bij de evolutie van de neiging tot altruïsme. Het gaat echter in de praktijk binnen de groep meer om precaire machtsverhouding en loyaliteiten dan om angst voor directe vergelding. Rekening houden met anderen binnen de groep kan zich manifesteren ongeacht status. Deze neiging is intussen een op zichzelf bestaande kracht die de kwaliteit van leven en partnerkeuze beïnvloedt. Iemand kan kortom ook wel eens ‘gewoon aardig’ zijn (mits er geen sprake is van openlijke of latente rivaliteit).
De Gouden Regel eerbiedigt nog steeds de grenzen van de groep. In de natuurlijke strijd om het bestaan worden tegenstanders zoveel mogelijk uit de weg geruimd. Mensen vertonen begrijpelijkerwijs meestal slechts moreel gedrag naar groepsgenoten, maar aangeboren altruïsme kan zich ook uiten in empathie naar de ander. Zo was er eens een aap begaan met het lot van een vogel. De aap begreep dat de vogel wilde vliegen en hielp het arme beestje te herstellen, toen bleek dat het de vleugels tijdelijk niet kon gebruiken*.
Het belangrijkste van zijn kritiek op De Gouden Regel, is dat Nietzsche onderscheid maakt (niet tussen standen, rassen of volkeren) maar wel tussen kuddedieren en übermenschen. De übermensch moet strijden tegen valse profeten, apostels en ander gespuis. Strijdende partijen behoren niet tot dezelfde groep en dus is er ook geen sprake van een dubbele moraal, wanneer tegenstanders elkaar de koppen inslaan. Alleen wanneer groepsgenoten onderling elkaar erbij naaien is er sprake van verwerpelijk gedrag. Daarover zijn Nietzsche, de apen en ik het met elkaar eens. Met dank aan Frans de Waal.
Een zalig kerstfeest… Probeer de grenzen van jouw groep niet te nauw te nemen, wees eens empathisch naar een vreemdeling en weet wat je eet! (maar dit geldt eigenlijk ook voor de rest van het jaar…)
*Frans de Waal ‘De Aap in Ons’
Geplaatst in Filosofie, Politiek, Psychologie, Religie, Sociale Verhoudingen, Voeding
Fonction fatale – over vormgeving, inhoud en marketing
Wil je als ontwerper iets maken waarmee je kopers kunt verleiden of wil je iets ontwikkelen dat het leven aangenamer maakt? Zoek je aansluiting bij de smaak van een publiek of geef je richting aan de collectieve esthetiek? Wil je jezelf als maker profileren of ga je schuil achter het produkt? Soms kopen mensen iets omdat ze het nodig hebben en soms kopen ze iets omdat ze het mooi vinden. Maar wanneer vindt iemand iets mooi? ‘Mooi’ is een waarde oordeel, een oordeel over de waarde. Dit oordeel wordt zowel bij kunst als bij Design gestuurd door de reputatie die de naam van de maker heeft. Een Van Gogh is altijd kostbaar, maar sommige van zijn schilderijen zijn eigenlijk niet eens zo goed. Ook niet alle P i c a s s o ’ s zijn even geweldig.
Of je nu kunstenaar of ontwerper bent, het vestigen van je naam kan de sleutel tot succes zijn. Het publiek is altijd op zoek naar de persoon achter het werk. Het veroveren van de harten der critici kan een vruchtbare strategie zijn. De smaak van de critici en kenners is doorslaggevend: de smaak van een breder publiek volgt vaak die van de ingewijden. Als je eenmaal naam hebt gemaakt, dan ben je een stijlguru geworden. De stijlguru heeft de magische kracht om de smaak van het publiek te sturen. Ook lelijke dingen met het juiste merknaampje verkopen en bepalen de smaak en esthetische beleving van een gemeenschap.
Louis Vuittton is zo’n gevestigde naam. Dit merk maakt doorgaans gebruik van visuele smaakversterkers om de zouteloze produkten een doffe glans te verlenen, met af en toe ècht wanstaltig en afstotelijk resultaat. Allerlei Bling-Bling moet de aandacht van een nutteloos geheel afleiden. Toch wordt er ook in de ergste gevallen grof geld voor de tassen neergeteld, omdat veel mensen zich nu eenmaal gewoon laten vertellen wat ze mooi (moeten) vinden. En zo worden mensen afhankelijk van kunstmatige smaakversterkers, om nog iets te proeven. Niet alleen Bling-Bling, maar ook de merknaam zelf functioneert als een soort smaakversterker (E-621). Als je het er maar flink aan toevoegt en dik bovenop legt, wordt het produkt vanzelf aantrekkelijk voor een bepaald publiek.
VIKTOR & ROLF, de enfents terribles van de modewereld, blijven met hun kunstzinnige maar bij vlagen sadistische creaties (arme modellen) nog altijd in de gratie. Wat zij doen voor de haute couture kent een intrinsieke waarde, maar het feit dat een collectie voor H&M binnen een dag is uitverkocht, laat zien dat ook hun merknaam van doorslaggevend belang kan zijn.
Wat is dus eigenlijk smaak? Ik geloof dat smaak in het beste geval oppervlakkig is en behoorlijk beïnvloedbaar. Bovendien heeft smaak alles met gewenning te maken. Als je lekker (duur) wilt gaan eten, dan moet je in een opgedirkte en meestal niet al te gezellig ingerichte en verlichte ruimte plaatsnemen. Je krijgt porties die de gezonde eter niet kunnen bevredigen. Misschien dat het primaat bij de kwaliteit van het eten ligt, misschien dat het de bedoeling is de benodigde calorieën met wijn aan te vullen, maar ik geniet pas echt van een smakenpallet als ik het op mij in kan laten werken, als ik er een tijdje van door kan eten. Haute cuisine laat wat dat betreft eigenlijk altijd te wensen over.
Smaak is gewenning: Een prachtig bord eten wordt lekkerder naarmate je vordert met het verorberen ervan. En aan de sterkste smaken moet je sowieso wennen: oude wijn, franse stink-kazen, olijven, vette vis, kaviaar, wild, truffels, spruitjes en aspergepunten. Iemand met een volwassen en ontwikkelde smaak heeft de tijd gekregen aan deze lompe lekkernijen te wennen en er van te gaan houden. “…Lomp? Verfijnd toch juist?”. Tja, het zijn gedistingeerde produkten met heftige smaken: misschien wel chique, maar het blijft gastronomisch grof geschut.
Wat dieper gaat dan smaak en misschien wel aangeboren is, zou ik ‘persoonlijke voorkeur’ willen noemen.
Veel mensen hebben een voorkeur voor vet, zoet of zout eten. Anderen neigen misschien meer naar mager en vezelrijk voedsel. Ook op het gebied van de vormgeving zijn er dieper liggende persoonlijke voorkeuren. Mijn moeder houdt van licht, strak en vrij kleurloos interieur. Ik houd meer van nostalgisch, retro en kleurrijk… Zij was jong in de jaren ’70. De stijl van die tijd beschouwt zij nu als gedateerd en burgerlijk. Zij wil liever een moderne inrichting. Ik vind de zeventiger jaren geweldig, voor mij ademt het een ouderwetse gezelligheid en ongecompliceerde vrijzinnigheid. Ik vind de alomtegenwoordige strakke Gamma-esthetiek van witte muren en een laminaatje pas echt burgerlijk. Het IKEA-modernisme; het beheerste Des Bouvrie-monochronisme, dat vind ik fantasieloos: Sommige mensen houden van ouderwets en anderen houden van modern. Sommigen houden van organisch en anderen houden van strak.
Ben je een Jugendstil liefhebber? Houd je van BAUHAUS, of blijf je er liever tussenin en ga je voor Art Deco? Prefereer je natuurlijke materialen of doe je je voordeel met de gemakken van kunststoffen?
Smaak is steeds in ontwikkeling en invloeden van buitenaf zijn daarbij cruciaal. Smaak wordt bepaald door de status van de dingen. Iets is mooi, omdat het duur of ‘antiek’ of zeldzaam is. Dezelfde rommel kost in een kringloopwinkel stukken minder dan bij een antiekzaak of retro-toko. Het feit dat de produkten in die context liggen van de gespecialiseerde winkel, omgeven door andere spullen en voorzien van een –[prijskaartje], geeft ze vaak hun waarde. Sommige dingen zijn echt kostbaar en hebben een intrinsieke waarde, maar er zit ook een hoop zooi tussen, kijk maar eens goed!
De taak van de vormgever is om een esthetisch gevoel aan te boren, op te warmen of tot stand te brengen. Mooie materialen en knappe technieken leveren intrinsieke en concrete waarde. Slimme ideeën en logische originaliteit kunnen waarde schèppen.
Niet voor niets is er bij Design altijd een grote aandacht voor de k l a s s i e k e r. Deze gespannen aandacht grenst aan de verafgoding van ‘het produkt der creatieve schepping’: het colaflesje, de paperclip, de bicpen of de Moka Express van Bialetti [uit Morf 9]; maar ook de stoelen van Thonet en Breuer; de ‘Eend’ en de ‘Snoek’ van C i t r o ë n, de V.W. ‘Kever’ en waarschijnlijk in de toekomst de Ford Ka en de Nokia 3310… vul de lijst maar aan. We spreken allemaal met groot respect over deze geniale ontwerpen. In al deze klassieke gevallen van creatie gaat een liefde voor technische ontwikkeling, gevoel voor de wensen van gebruikers en voor schoonheid samen.
Zijn de paperclip en de bicpen eigenlijk meer dan ‘gewoon handig’? Zijn deze kantoorartikelen mooi? We wennen aan de produkten waar we afhankelijk van worden. Als ze maar lang genoeg in de picture blijven, gaan we er vanzelf van houden.
-“Van de bekende Nokia 3310 zijn meer dan 100 miljoen exemplaren verkocht. Over 50 jaar kent iedereen het ontwerp nog, maar is een werkend expemplaar (in nieuwstaat) een zeldzaamheid die geld op zal brengen: zo gaat dat met die dingen”, zei hij populair.
Vormgevers die voorzien in een behoefte op een manier die voorheen nog niet bestond, dragen bij aan de gemakken en genietingen van de mensheid. Als het ontwerp degelijk en duurzaam is, zal het de tand des tijds doorstaan. We willen waar voor ons geld. Als het produkt zijn waarde heeft bewezen, hebben wij intussen onze smaak erop aangepast. Het waardevolle produkt dat ons leven zoveel aangenamer en makkelijker maakt, verkeert in de gratie en kan zich koesteren in onze liefde.
Als je naam wilt maken als designer zul je eerder tegen de stroom in moeten gaan, om op te vallen en iets nieuws te bieden, dan dingen proberen te maken die meteen in de smaak vallen. Je moet de smaak van het publiek aanvallen, veranderen, van jou afhankelijk maken.
Smaak is iets dat gemakkelijk gecorrumpeerd kan worden door een oppervlakkige verleidingstruc. Dit is echter niet de praktijk die voor mij die van het industriële ontwerp typeert. De echte designklassieker bewijst zijn waarde door een duidelijke en logische relatie tussen vorm en functie en door een bepaalde duurzaamheid. Waardevolle produkten zijn in de eerste plaats nuttig en worden later pas mooi gevonden. Iets dat je meteen mooi vindt, dat zou je moeten wantrouwen. Misschien geldt dat niet alleen voor dingen waar je een relatie mee aangaat, maar ook voor mensen. Een lekker ding is aantrekkelijk van vorm, maar hoe zit het met de inhoud? Wanneer je je laat verleiden door het uiterlijk, kun je bedrogen uitkomen. Een goed ontwerp is echter altijd trouw. Ceci n’est pas une pipe. De afbeelding van een pijp is niet de pijp zelf. Marketing is geen vormgeving.
Geplaatst in Kunst, Marketing, Voeding, Vormgeving
Getagget Bauhaus, Louis Vuitton, Nokia, Picasso, Thonet, Van Gogh, Viktor & Rolf
De geluksformule (versie 1.0)
Wat moet je doen om te zorgen dat jij en anderen kunnen groeien en ontwikkelen tot geëmancipeerde individuen?
Creëer een inspirerende omgeving. Kunst is inspirerend, mensen zijn inspirerend. Een stedelijke omgeving kan inspireren: kijk eens om je heen wat andere mensen allemaal gemaakt hebben. Natuurlijke elementen in de stad bieden een organisch tegenwicht aan de statische vormen van de architectuur en kunst in de openbare ruimte zorgt voor reflectie en nieuwe inhoud. Een kunstwerk vertelt een verhaal.
Ook mensen vertellen een verhaal. Verschillende culturen vertellen hun eigen verhalen. Ga met anderen in gesprek. Of sta in ieder geval open voor de verhalen die blijken uit het gedrag van anderen. Leef je in.
Een diverse en dynamische omgeving levert uiteenlopende voorbeelden. Mensen gebruiken hun zintuigen om hun omgeving in zich op te nemen. Ze bepalen hun verhouding tot die omgeving. Ze maken keuzen. In een homogene en kleine gemeenschap zijn er maar twee keuzen: aanpassen of wegwezen. In een multiculturele omgeving, waar sprake is van hoge cultuur, volkscultuur, subculturen en etnische culturen kan een individu een samengestelde culturele identiteit vormgeven. Word lid van een hockeyclub, maar koop je boodschappen bij de kleine Marokkaanse winkeltjes. Luister naar klassieke muziek, wereldmuziek en ga naar dansfeesten. Lees boeken van voor de oorlog en van niet-Westerse schrijvers. Kook de dingen die je lekker vindt en blijf niet binnen de geografische grenzen van een Italiaanse, Hollandse, Marokkaanse of Indonesische keuken.
Doe elke dag iets dat je nog nooit eerder hebt gedaan en durf fouten te maken! Beoefen een nieuwe sport. Koop een nieuwe groente, paddestoel of vis, die je nog nooit hebt gegeten. Laat staan ooit hebt klaargemaakt. Proef de verschillen.
Lees geen slechte kranten en kijk weinig tv. Houd je verre van de massamedia. Informeer jezelf via internet, boeken, opiniebladen en kwaliteitskranten. Lees nooit te lang dezelfde krant of hetzelfde tijdschrift en praat ook met mensen die tot een andere subcultuur behoren. Specialiseer je in de onderwerpen waarin je geïnteresseerd bent. Vorm een eigen mening en stel deze constant bij.
Drink af en toe een beetje teveel, maak eens hasjbrownies of spacecake, eet een keer een psychedelische paddestoel. Bespeel een muziekinstrument ook al ‘kan je dat niet’. Maak een tekening of schilderij. Hiervoor geldt hetzelfde.
Geef je over aan seks. Mijd porno. Praat er liever over met vrienden en geef elkaar tips.
Consumeer met mate, beweeg en studeer zoveel mogelijk. Geniet van wat je doet en doe waarvan je geniet.
Geplaatst in Dans, Emancipatie, Kunst, Muziek, Sociale Verhoudingen, Voeding
Het goede leven
Overal ter wereld heerst flinke toename van vetzucht en diabetes. Wanneer de welvaart stijgt, stijgt ook de inname van vet en zoet voedsel. Hier ligt een idee aan ten grondslag. Dit idee van welvaart, of de illusie van ‘het goede leven’, is cultureel bepaald. De auto, de tv, het eten van veel vlees en drinken van alcohol vormen de kern van deze collectieve waan. De geschiedenis van de mensheid laat een onafgebroken beweging naar verzadiging zien. De menselijke soort heeft er steeds naar gestreefd om met zo min mogelijk inspanning zoveel mogelijk voedsel te vergaren…
Jagers en verzamelaars aten wel 100 verschillende planten, heel veel vis en zeevruchten en af en toe vlees. Noten en vruchten vormden een belangrijk onderdeel van hun dieet. Daarnaast waren ze de gehele dag lichamelijk bezig om hun voedsel te vergaren. De gemiddelde lengte van mannen in deze prehistorische periode was 1,80 meter. Aan de botten die we hebben gevonden, kunnen we zien dat men in die tijd geen perioden van honger kende, die de lengtegroei belemmerden (Prof. dr. Lucas Reijnders).
De verandering die de uitvinding en cultivering van de landbouw teweeg bracht, had een uitwerking op deze aanvankelijk gunstige lichamelijke status. De voeding werd eenzijdig, de lichaamsbeweging daalde. En bovendien; door mislukte oogst kende men nu wel periodes van honger en groeibelemmering. De gemiddelde lengte gedurende de middeleeuwen was voor de man slechts 1,70 meter.
De industrialisatie en technologisering van de voedselproductie zorgde voor een verdere verschuiving. Lichamelijke arbeid werd overbodig, waardoor het aantal calorieën dat de gemiddelde mens nodig heeft is gedaald. De inname is echter gestegen. Een voorkeur voor zoet en vet eten prevaleert. Vanaf de Tweede Wereldoorlog kent men in het Westen geen voedseltekorten, maar nog slechts overschotten. De opkomst van de frisdrank (water met suiker) is een feit en de porties worden steeds groter.
water met suiker
Luilekkerland
Het streven naar verzadiging heeft geleid tot oververzadiging. We leven nu in een soort Luilekkerland. Terwijl in vroeger tijden slechts de rijke elite het zich kon veroorloven om zich vol te proppen, is dit nu voor iedereen weggelegd. Nu zien we een omkering: de laagste sociale en financiële klasse kampt met de hoogste percentages vetzucht. De elite begint te leren met mate en gericht op kwaliteit in plaats van kwantiteit van voedsel te genieten. Het is weer tijd voor het klassieke motto “Mens sane in corpore sano”. Een gezonde geest in een gezond lichaam. We nemen de trap en eten een gevarieerd dieet. We koken zelf en gebruiken verse ingrediënten. We proberen minder dierlijke producten te eten en dan het liefst biologisch. We doen dit omdat we niet dik willen zijn. Dik is ongezond en ongezond is niet aantrekkelijk. Mensen uit lagere milieus denken helaas echter nog vaak dat hun vette ventjes en mollige meisjes een gezond gewicht hebben. Voor zover zij überhaupt denken, want mindless consuming lijkt hun vrijetijdsvulling. De minder ontwikkelde medemens is dan ook een gewillig slachtoffer voor de commercie. Moeten we deze mensen niet tegen zichzelf beschermen en beginnen met het verbieden van de kiloknallers*?
De gevolgen van ongezonde en vooral eenzijdige voeding strekken verder dan de lichamelijke gezondheid en de nadelige financiële gevolgen voor de maatschappij waarin wij leven (diabetes is een van de duurste ziekten). Het eten van een kiwi die uit Nieuw Zeeland is aangevlogen mag voor het lichaam van de gebruiker goed zijn, dat is het niet voor moeder aarde, zoals wij haar graag zien. We zouden er dan ook beter aan doen streekproducten te eten. Of in ieder geval producten uit ons eigen werelddeel… Hoewel er in dit werelddeel overigens consensus bestaat over wat gezond eten is, corresponderen de EU subsidies voor landbouw en veeteelt hier totaal niet mee! (Prof. dr. ir. Jaap Seidell). De politiek volgt dus de behoefte in plaats van deze financieel te faciliteren zich in de juiste richting te ontwikkelen.
Dog eat Dog
Wanneer het zo door gaat leven we straks op een kunstmatige planeet, waar het krioelt van de Boeddhisten die schapen en varkens houden, Moslims die geiten, schapen en kippen houden, Christenen die varkens en koeien fokken en goddeloze Chinezen die alles eten wat op twee of meer poten staat, want over rondlopen hoeven we niet meer te fantaseren.
Deze situatie kan alleen maar leiden tot Wereld Oorlog met enorme hoofdletters en kannibalisme op massale schaal. Vleeslustig als straks de miljardenbevolking is, wanneer de aarde de energie om al dit vlees te laten groeien niet meer op kan brengen, breekt er door de enorme tekorten totale anarchistische chaos uit. Of waarschijnlijker: er ontstaan vreselijke oorlogen met als doel niet het veroveren van landen om daar economisch van te profiteren door de bevolking in te lijven, maar om de bevolking met vee en al te verorberen!
Natuurlijk is het soft om vanuit respect voor dieren ze hun natuurlijke levensloop te gunnen. Een varken of een koe is maar een beest en begrijpelijkerwijs viert de mens zijn agressie bot op deze weerloze wezens, we moeten echter inzien dat er simpelweg niet genoeg ruimte en energie is op aarde om miljarden mensen van vlees te voorzien.
Terug naar de natuur!
Eén keer in de week duif of eend of hert of struisvogel of fazant of zwijn of haas of konijn of lam of rund of kalkoen of paard of geit of kip of varken is toch meer dan genoeg? Laten we dan twee keer in de week vis of zeevruchten eten, er is ten slotte ook twee keer zoveel zee als land op onze wereldbol. De overige dagen van de week genieten we van allerlei heerlijke paddenstoelen, noten, knollen, bieten, look, wortels, aardappels, pompoenen, maïs, groene bladgroente en vruchten als paprika, tomaat, aubergine en courgette. Graanproducten als rijst en couscous en pasta kunnen dienen als basis, maar vergeet ook niet de enorme diversiteit aan peulvruchten niet, van sugersnaps tot kapucijners en van snijbonen tot linzen.
We kunnen quiche maken, lasagna, een oneindige diversiteit aan soepen, bonenschotels met verse rode kool en verse appel, en zelfs gehele rijsttafels met gerechten van tempeh, seitan en tofu of sushi met avocado, mango en komkommer… Of maak eens een oer-Hollandse stamppot met mooie seizoensaardappels, sojaroom, ruccola uit eigen tuin en olijven of zongedroogde tomaatjes!
We moeten nu beginnen met verantwoord te eten. We moeten laten zien dat natuurlijkheid, diversiteit en kwaliteit van voedsel de hoogste waarden zijn. Dit goede voorbeeld leidt dan hopelijk tot een nieuwe norm. Het idee van het goede leven is terug naar de natuur: misschien niet als jager, die de hele dag achter zijn prooi aan zit, of als visser, de hele dag in de weer met netten en hengels, maar dan toch als een slanke en relatief lange mens die met zorg zijn voedsel uitkiest, koopt en zelf klaarmaakt, matig eet en geniet van kwaliteit en originaliteit.
*kiloknallers zijn verpakkingen waar heel groot ‘voordeel’ op staat en die goedkoper zijn omdat men een kilo afneemt. Het gaat dan om kipfilet en gehakt. Deze voeding is op zich al niet gezond, maar vormt in grote hoeveelheden een basis voor bijna alle gezondheidsproblematiek (kanker voorop).
Bron: lezingen in de serie ‘Zin en onzin over eten‘ van Studium Generale
Geplaatst in Onderwijs, Politiek, Religie, Sociale Verhoudingen, Voeding
